India Informatie
Geografie Historie Bevolking Cultuur Klimaat Natuur
Wereldbol Index India/Nepal
Wereldbol Informatie Nepal
Wereldbol Kaart India/Nepal
Wereldbol Reisverslag India
Wereldbol Reisverslag Nepal
Wereldbol Fotoalbum India
Wereldbol Fotoalbum Nepal
Wereldbol Links
India is een schitterend land met een zeer rijke historie, cultuur en een kleurrijke bevolking. De hier door mij gegeven informatie moet dan ook meer worden gezien als de meest algemene informatie over India die je kunt gebruiken als achtergrond informatie mocht je India gaan bezoeken.

Geografie:

India (officiële Hindi-naam: Bharatiya Ganarajya, of verkort: Bharat, is een federatieve republiek in Zuid-Azië en heeft de grootte van een continent op zich. Het strekt zich uit vanKaart van India met de ligging in Azië. noord naar zuid over een afstand van 3250 kilometer. De afstand van oost naar west is 2950 kilometer. De oppervlakte is 3,28 miljoen km² en is daarmee ongeveer 88 keer zo groot als Nederland en het op zes na grootste land ter wereld. India grenst in het noorden en noordoosten aan Bangladesh (4053 km), Myanmar (1463 km), Bhutan (605 km), Nepal (1690 km), China (3380 km), en in het noordwesten aan Pakistan (2912 km). Verder licht het ingeklemd tussen de Golf van Bengalen in het oosten, de Arabische Zee in het westen en de Indische Oceaan in het zuiden. De totale lengte van de kustlijn bedraagt ca. 7000 km. Tot het territorium van India behoren ook de eilandengroepen Lakshadweep in het de Arabische Zee en de Andamanen en Nicobaren in de Golf van Bengalen, meer dan 1000 kilometer oostelijk van het vasteland. In het uiterste noorden liggen Jammu en Kasjmir, waarover de territoriale rechten zowel door India als door Pakistan worden geclaimd. India kan in drie streken worden verdeeld:

  • De Himalaya (Sanskriet: ‘land van de sneeuw’) en zijn uitlopers. Noord-India wordt beheerst door de Himalaya-bergketen met bergen van ongeveer achtduizend meter. De Mount Everest (8848 meter) bevindt zich hier en is de hoogste berg ter wereld! Verder behoren de Kanchenjunga (8598 m) in Sikkim en de Nanda Devi (7816 m) tot de hoogste toppen van India. De Karakoram-bergrug vormt de natuurlijke grens met China. Ladakh, ook wel 'Klein Tibet' genaamd, ligt in het hooggebergte op het Tibetaanse plateau. Het is over land slechts te bereiken door hoge passen van rond de vierduizend meter. De Himalaya wordt doorsneden door mooie dalen, zoals de vallei van Kasjmir.
  • De vlakte van de Indus, de Ganges en de Brahmaputra. Ten zuiden van de Himalaya ligt de Noord-Indiase laagvlakte met een gemiddelde breedte van ca. 320 km en op sommige plaatsen meer dan vijfhonderd kilometer breed. Deze laagvlakte wordt gedeeltelijk in beslag genomen door het stroomgebied van de rivieren de Indus, de Ganges en de Brahmaputra. De vallei met zijn grote rivieren is bijzonder vruchtbaar. Hier wonen dan ook honderden miljoenen mensen. In het noordwesten - in de deelstaat Rajasthan - ligt een droog gebied: de Thar Woestijn, die door de Engelsen ook wel de Indian Desert werd genoemd.
  • Het schiereiland met de Deccan en de kuststreken. Een belangrijkste deel van het Indiase schiereiland is het droge Deccan-plateau met verschillende heuvelruggen die niet boven de achthonderd meter komen. In het westen liggen langs de kust de West-Ghats. De hoogste top is 1646 meter. Langs de oostkust liggen de Oost-Ghats met een hoogste top van 1680 meter. In het zuiden komen de Oost- en de West-Ghats samen en vormen daar de Nilgiriheuvels, die een hoogte bereiken van 2600 meter. Ten oosten van de Oost-Ghats daalt het land af naar de brede kustvlakte. De grootste rivieren van het schiereiland, Cauvery, Godavari, Krishna, Mahanadi en Penner, stromen allen naar de Golf van Bengalen. In tegenstelling tot de Himalayarivieren zijn dit (moesson)regenrivieren, met als gevolg een sterk wisselende waterhoeveelheid. De westkust, de Malabarkust, heeft tropische regenwouden dankzij de moessonregens. Aan de oostkust, de Coromandelkust, zijn de bossen minder weelderig in vergelijking met de Malabarkust.

Historie:

Naar boven

India is de grootste parlementaire democratie ter wereld. De regering wordt geleid door een eerste minister die is gezeteld in New Delhi. Die legt verantwoording af aan de Lokh Sabha. De Lokh Sabha is te vergelijken met het Britse House of Commons of de Nederlandse Tweede Kamer. De Lokh Sabha telt 545 leden. De leden worden rechtstreeks De vlag van India gekozen door de bevolking. Een parlementslid vertegenwoordigt meer dan één miljoen kiezers. India is een federale staat en telt 25 deelstaten. Niet elke deelstaat is even welvarend. Dit is het gevolg van verschil in de bevolkingsdichtheid, vruchtbaarheid van de bodem en scholing van de bevolking. India bevat veel natuurlijke bodemschatten. Tijdens de regering van Rajiv Gandhi (1984-1989) werd veel geïnvesteerd in wetenschap en technologie. De keerzijde van deze welvaart is de enorme armoede. Heel wat mensen in India moeten zien rond te komen met een inkomen dat omgerekend niet meer is dan 273 euro per jaar. Miljoenen mensen hebben een zeer armoedig en uitzichtloos bestaan. De huidige staat India is het resultaat van een historie die terug gaat tot ongeveer 40.000 jaar geleden want toen werden de eerste sporen van menselijk leven op het Indische subcontinent al gevonden. Er zijn overblijfselen gevonden uit het Pleistoceen en het Laat-Paleolithicum (tot 30.000 jaar geleden). Schilderingen bij Bhimbetka in de buurt van Bhopal zijn tussen de 10.000 en 40.000 jaar oud. Het Indus-dal was tussen 3000 en 1500 v.Chr. de plaats waar de Indus-cultuur (ook wel Harappa-cultuur) opbloeide. Het was een stedelijke beschaving met als belangrijkste centra Lothal in Gujarat en Mohenjodaro en Harappa in het hedendaagse Pakistan.
Vanaf 1500 v.Chr. werd de Indus-cultuur aangevallen door Indo-arische groeperingen en werd het gebied vanuit het noordwesten gekoloniseerd. Ook het midden en oosten van India werden ingenomen en steden als Delhi en Benares ontstonden in deze periode. Deze volkeren vermengden zich met de autochtone bevolkingen onder hun bewind ontstond het voor India zo typerende kastesysteem. Hierna ontstond de Maurya-dynastie gesticht door Andragupta die later werd opgevolgt door zijn kleinzoon Ashoka. In 185 v.Chr. werd de laatste heerser van de Maurya-dynastie gedood en viel het rijk uiteen in elkaar bestrijdende koninkrijkjes.
India’s tweede belangrijke koninkrijk was Kushana, dat zijn bloeiperiode had van de 1e eeuw v.Chr. tot de 3e eeuw n.Chr. De hoofdsteden waren Peshawar (nu in Pakistan) en Mathura. De grootste leider was de boeddhistische bekeerling Kanishka. In de periode 320-544 n Chr. werd Noord-India een politieke eenheid en bloeide de cultuur op. Tijdens deze zogenaamde Gupta-periode leefde het hindoeïsme op ten koste van het boeddhisme. Het Gupta-rijk stortte na 470 in door invallen van Hunnen uit Perzië en Turkije. In de 7e eeuw en 8e eeuw ontstond het rijk van de Pallawa’s dat rond 850 werd veroverd door de Chola’s, waarvan Raja Raja I in 985 de troon besteeg. Onder zijn bewind, en dat van Kulottunga I, breidde het gebied van de Chola’s zich uit tot in het noorden van Ceylon, Maleisië en delen van Sumatra. Vanaf ca. 1150 trad het verval in en rond 1250 werd het Chola-rijk door de Pandya’s geannexeerd. Het noorden werd vanaf het begin van de 11e eeuw aangevallen door islamieten uit Afghanistan en in 1192 waren de vele koninkrijkjes in de islamitische handen van Mohammed Ghur gevallen. Na zijn dood werd hij opgevolgd door de generaal en ex-slaaf Qutb-ud-din, de sultan van Delhi. Deze slavendynastie zou tot 1526 het sultanaat Delhi besturen, dat het grootste deel van Noord-India besloeg. In het zuiden kreeg de islam niet echt grond onder de voeten en het hindoekoninkrijk Vijayanagar kende een uitzonderlijke bloeiperiode van 1350-1550.

Het sultanaat Delhi werd in 1526 veroverd door de uit Turkestan afkomstige keizer Baboer, de stichter van het Mogolrijk, in de slag bij Panipat werd de laatste sultan van Delhi, Ibrahim Lodi, verslagen. Dit rijk werd tot 1707 steeds machtiger, bracht India meerTai Mahal politieke eenheid, en zorgde voor een geweldige opleving van allerlei kunstuitingen. Baboer werd opgevolgd door zijn zoon Hoemayoen en deze door zijn 13-jarige zoon Akbar. Begin 17e eeuw beheerste hij geheel Noord-India, onder leiding van zijn regent Bairam Khan. Akbar werd opgevolgd door zijn zoon Jehangir en deze door Shah Jahan, die het rijk verder uitbreidde en ter ere van zijn overleden vrouw de prachtige Taj Mahal liet bouwen. In 1658 werd Shah Jahan door zijn zoon Aurengzeb afgezet. Onder deze vorst bereikte het mogolrijk zijn grootste omvang, want ook grote delen van het zuiden van India werden veroverd. Door interne conflicten, het uitbreken van een opvolgingsstrijd en de toenemende invloed van Europa, stortte het Mogolrijk langzaam in elkaar.

Vanaf die tijd breiden de Europese invloeden zich verder uit. Nadat Goa in 1510 veroverd werd, wisten de Portugezen tot en met de 17e eeuw een handelsmonopolie te behouden in deze regio. De Hollanders stichtten handelsposten in Zuid-India en de Fransen bezaten vanaf 1672 verschillende handelskolonies in Pondicherry. De meeste macht en invloed kreeg de Engelse Oost Indische Compagnie. Zowel de Franse als de Engelse compagnieën hielden zich allen bezig met de handel en bemoeiden zich niet met binnenlandse aangelegenheden. Door de problemen tussen de grootmachten Frankrijk en Engeland in Europa veranderde rond 1750 de situatie in India grondig. Eigenbelang stond nu voorop en de strijd tussen Frankrijk en Groot-Brittannië bereikte het hoogtepunt in de Slag bij Plassey in Bengalen (1757). De Britten versloegen een enorm Bengaals leger dat gesteund werd door de Fransen. Honderd jaar later stond ca. 60% van het Indiase grondgebied onder directe Britse controle. De rest van het land werd bestuurd door lokale vorsten en maharadja’s die echter wel de soevereiniteit moesten erkennen van de Engelsen.
In 1857 brak de Sepoy-opstand uit, de opstand werd zeer hardhandig neergeslagen en de regering in Groot-Brittannië reageerde door in 1858 het bestuur in handen te geven van een gouverneur-generaal, die als titel onderkoning of ‘Raj’ kreeg. Koningin Victoria werd toen keizerin van India en de East India Company was volledig uitgespeeld. In datzelfde jaar werd de laatste mogolkoning afgezet, Bahadur Shah II, en daarmee kwam  er een definitief eind aan het mogolrijk.
India maakte nu deel uit van het Britse rijk, met een onderkoning als belangrijkste bestuurder. Van 1840 tot 1914 was India de belangrijkste handelspartner van de Britten en het land kreeg een vrij grote mate van autonomie. In 1877 werd koningin Victoria uitgeroepen tot keizerin van India.

De Indiase elite ontwikkelde in de tweede helft van de 19e eeuw een politiek bewustzijn en begon zich af te zetten tegen de Britse koloniale overheersers. Ook eisten zij meer invloed op in het landsbestuur. Dit alles kreeg in 1885 een vervolg met de oprichting van het India National Congres, dat aandrong op meer invloed van de bevolking op het bestuur van het land, voor zowel hindoes als moslims. Door de Britten te steunen tijdens de Eerste Wereldoorlog hoopten de Indiërs na de oorlog een onafhankelijk Gemenebestland te worden. Dit streven werd wreed onderdrukt op 13 april 1919, toen tijdens een demonstratie in Amritsar (deelstaat Punjab) de Britten zonder aanleiding 379 demonstranten doodden en verder vielen er meer dan 1200 gewonden.
Mahatma Gandhi Door deze ongelukkige actie van de Britten wakkerde het nationalisme verder aan, onder leiding van de charismatische Mohandas Karamchand (Mahatma) Gandhi. Na een rechtenstudie in Engeland en een verblijf in Zuid-Afrika keerde hij in 1915 terug naar India. Hij kreeg al snel een vooraanstaande positie in de onafhankelijkheidsbeweging en begon in 1920 met een grote campagne voor ’svaraj’ of zelfbestuur. De campagne kenmerkte zich door geweldloze acties, die daardoor zeer lastig te bestrijden waren door de Britten. In 1931 nam Gandhi namens het Congres deel aan een rondetafelconferentie in Londen over de toekomst van zijn land. Deze conferentie leverde de ‘Government of India Act’ op, eigenlijk niet meer dan een doekje voor het bloeden.
In de Tweede Wereldoorlog wilde een meerderheid van het Congres de Britten steunen in ruil voor onafhankelijkheid na de oorlog. De Britten weigerden hierop in te gaan waarna het Congres de actie ‘Verlaat India’ startte, die echter alleen maar resulteerde in de arrestatie van de leider van deze actie.
Na de oorlog kwamen de Britten toch tot de conclusie dat koloniale status van India niet meer te handhaven was. De soevereiniteitsoverdracht ging echter niet zo soepel door de tegenstellingen tussen hindoes en moslims. Het Congres werd op dat moment gedomineerd door hindoes die voor een onafhankelijke staat voor alle Indiërs waren. De Moslim-liga onder leiding van Jinnah wilde een eigen moslimstaat, Pakistan. In 1946 werd het land verdeeld in twee staten, India en Pakistan. De soevereiniteitsoverdracht vond plaats op 15 augustus 1947 (Indian Independence Act), en vanaf dat moment waren het hindoeïstische India en het islamitische Pakistan twee onafhankelijke staten. Minister-president van India werd Congresleider Nehru. Op dat moment waren er in India ongeveer 500 vorstendommen die zich aansloten bij India of bij Pakistan en een grote mate van zelfstandigheid behielden. Een probleem ontstond door weifelende houding van de hindoevorst van het overwegend islamitische Kasjmir. Pakistan greep militair in en door de Indiase reactie hierop ontstond er in 1948 een Indiaas-Pakistaanse oorlog. De Verenigde Naties intervenieerde en zorgde voor een wapenstilstand. Op 10 januari 1948 ging er een schok door de wereld toen Gandhi vermoord werd. Op 26 januari 1950 werd in New Delhi de republiek uitgeroepen en de grondwet aangenomen.

Na de oorlog kwamen de Britten toch tot de conclusie dat koloniale status van India niet meer te handhaven was. De soevereiniteitsoverdracht ging echter niet zo soepel door de tegenstellingen tussen hindoes en moslims. Het Congres werd op dat moment gedomineerd door hindoes die voor een onafhankelijke staat voor alle Indiërs waren. De Moslim-liga onder leiding van Jinnah wilde een eigen moslimstaat, Pakistan. In 1946 werd het land verdeeld in twee staten, India en Pakistan. De soevereiniteitsoverdracht vond plaats op 15 augustus 1947 (Indian Independence Act), en vanaf dat moment waren het hindoeïstische India en het islamitische Pakistan twee onafhankelijke staten. Minister-president van India werd Congresleider Nehru. Op dat moment waren er in India ongeveer 500 vorstendommen die zich aansloten bij India of bij Pakistan en een grote mate van zelfstandigheid behielden. Een probleem ontstond door weifelende houding van de hindoevorst van het overwegend islamitische Kasjmir. Pakistan greep militair in en door de Indiase reactie hierop ontstond er in 1948 een Indiaas-Pakistaanse oorlog. De Verenigde Naties intervenieerde en zorgde voor een wapenstilstand. Op 10 januari 1948 ging er een schok door de wereld toen Gandhi vermoord werd. Op 26 januari 1950 werd in New Delhi de republiek uitgeroepen en de grondwet aangenomen.
Begin jaren zestig van de vorige eeuw had India een ernstig conflict met buurland China. Zowel China als India maakten namelijk aanspraken op delen van Ladakh en uiteindelijk volgde er in 1962 een Chinese invasie. Wat de binnenlandse politiek betreft waren er voor Nehru veel problemen op te lossen met verschillende deelstaten en met de precaire economische situatie. Nehru overleed in 1964 en werd opgevolgd door Lal Bahadur Shastri, die meteen in een oorlog verzeild raakte met Pakistan over de moerasprovincie Rann van Kutsch en de kwestie Kasjmir. In 1965 brak een tweede Pakistaans-Indiase oorlog uit, waarbij opnieuw de status van Kasjmir in het geding was. De bemiddeling door de Sovjet-Unie leidde in januari 1966 tot de wapenstilstand van Tasjkent. Shastri overleed op 11 januari 1966 en de nieuwe premier werd Indira Gandhi, de enige dochter van Nehru en trouwens geen familie van Mahatma Gandhi. In 1971 brak er voor de derde keer een oorlog uit tussen India en Pakistan om de kwestie Kasjmir. Begin jaren zeventig daalde de populariteit van Indira Gandhi snel. In 1973-1974 werd een vijftal deelstaten onder presidentieel bewind geplaatst. Om het prestige van India te vergroten werd in 1974 de eerste ondergrondse kernbom tot ontploffing gebracht. In mei 1975 werd Sikkim geannexeerd en tot bondsstaat verklaard. Om meer steun te krijgen riep Gandhi vol vertrouwen in 1977 nieuwe verkiezingen uit, die echter desastreus verliepen voor haar Congrespartij. De Janata-partij onder leiding van Morarji Desai kwam nu aan de macht (premier werd Charan Singh), een coalitie van oppositiepartijen. Zonder een goed politiek programma nam de chaotische toestand in India snel toe en het was dan ook niet vreemd dat de verkiezingen van 1980 weer een overwinning voor Indira Gandhi opleverde en zij voor de tweede keer premier werd. In deze nieuwe regeringsperiode staken weer diverse etnische conflicten de kop op, vooral in Noord- en Centraal-India.
Met name in de Punjab, het thuisland van de Sikhs, deden zich ernstige ongeregeldheden voor. Op 31 oktober 1984 werd Indira Gandhi vermoord door twee van haar eigen Sikh-lijfwachten. Als reactie hierop richtte zich de woede van de bevolking op de Sikhs en alleen al in New Delhi werden drieduizend Sikhs vermoord. Op 13 november. 1984 kondigde de nieuwe premier algemene verkiezingen aan voor 24 december. De overwinning van Rajivs Congrespartij was overweldigend (80% van de zetels).
Indira Gandhi werd als premier opgevolgd door haar zoon Rajiv Gandhi. Bij de verkiezingen van november 1989 leed de Congrespartij van Rajiv Gandhi een desastreuze nederlaag als gevolg van een corruptieschandaal. Gandhi werd opgevolgd door V.P. Singh als premier van een minderheidsregering die bestond uit de Janata-partij, de rechtse hindoepartij Bharatiya Janata (BJP) en de communisten. Ook Singh werd echter voortdurend geconfronteerd met etnisch geweld in de Punjab, in Uttar Pradesh en natuurlijk Kasjmir. Eind 1989 volgde er in Kasjmir een gewapende opstand door militante moslims, die afscheiding van India eisten. Na slechts één regeringsjaar viel de regering-Singh in november 1990 over de bouw van een omstreden hindoetempel in Ayodhya, en de BJP bracht de regering uiteindelijk ten val. Het geweld tijdens de nieuwe verkiezingen bereikte een dieptepunt met de moordaanslag op Rajiv Gandhi. De dader was een vrouwelijk lid van de militante Tamil Tijgers, die Gandhi beschouwden als een verrader vanwege zijn bemoeienissen met de burgeroorlog op Sri Lanka.

De verkiezingen werden gewonnen door de Congrespartij, echter zonder een meerderheid te behalen. Ook nu was men weer gedwongen om een minderheidsbeweging te vormen door de nieuwe premier P.V. Narasimha Rao. Onder Rao volgde een snelle economische groei door liberalisering en protectionistische maatregelen die afgeschat werden. Hierdoor namen de buitenlandse investeringen flink toe. In mei 1996 volgde er weer verkiezingen met als grote verliezer de regerende Congrespartij. Iets meer dan een jaar later bracht diezelfde Congrespartij de regering ten val. In maart 1998 vroeg president Narayanan, de eerste 'onaanraakbare' president, de leider van de nationalistische hindoepartij BJP, Atal Behari Vajpayee, een nieuw kabinet te vormen.
Kesri trad in maart 1998 af als leider van de Congrespartij ten gunste van Sonia Gandhi, de weduwe van Rajiv Gandhi. Ook in maart 1998 riep de Pakistaanse premier Nawaz Shamir zijn Indiase collega Vajpayee op de dialoog tussen beide landen te hervatten. Op 11 en 13 mei 1998 voerde India in de woestijn in Rajasthan vijf ondergrondse kernproeven uit. Na de atoomproeven verslechterden de verhoudingen tussen India en Pakistan verder, ondanks overleg om de betrekkingen te verbeteren. Het eerste bezoek van een Indiase premier aan Pakistan in tien jaar werd tevens het begin van de eerste directe busverbinding tussen beide landen, toen premier Vajpayee met zijn gevolg als erepassagiers de eerste busrit van Delhi naar Lahore meemaakten. Tijdens de daarop volgende topontmoeting met de Pakistaanse premier Nawaz Sharif werd afgesproken maatregelen te nemen om de kans op ongelukken met kernwapens te verkleinen.
De verkiezingen van september/oktober 1999 werden gewonnen door de Nationale Democratische Alliantie (NDA), een nieuwe coalitie van veertien regionale, hindoeïstische en seculiere partijen onder leiding van de BJP. In 2001 werd de regering Vajpayee achtervolgd door een aantal financiële en corruptieschandalen en in de eerste maanden van 2002 leed de BJP tijdens vier deelstaatverkiezingen forse verliezen. Op 15 juli 2002 werd de moslim A.P.J. Abdul Kalam gekozen tot nieuwe president van India. De parlementsverkiezingen van mei 2004 werden verrassend gewonnen door de Congrespartij van Sonia Gandhi, de weduwe van de vermoorde oud-premier Rajiv Gandhi. Premier Vajpayee van de regeringscoalitie trad af en zijn besluit om de verkiezingen met een half jaar te vervroegen bleek achteraf funest. Tot grote verrassing en verbijstering van iedereen liet Sonia Gandhi al snel weten het premierschap niet te accepteren. Daarop schoof de Congrespartij de 71-jarige technocraat Manhoman Singh naar voren, die de functie aanvaardde en de nieuwe premier van India werd, terwijl Sonia Gandhi aanbleef als partijleider. Singh beloofde onder andere dat hij de bestaande economische hervormingen zou handhaven en riep investeerders op het land niet in de steek te laten. Ook beloofde hij vrede met buurland Pakistan prioriteit te geven en gaf daarmee aan de ingezette weg van zijn voorganger Vajpayee en de Pakistaanse president Musharaff te willen volgen.

Bevolking:

Naar boven

India is erg dichtbevolkt. Het land heeft een bevolking van meer dan een miljard inwoners, dat is zo'n 16,7 procent van de wereldbevolking (in 2003 telde India ongeveer 1.051.000.000 inwoners). Met een bevolkingsdichtheid van ongeveer 324 inwoners per vierkante kilometer is het land één van de dichtstbevolkte landen ter wereld.De sterke bevolkingsgroei is een van de grootste problemen waar de overheid zich voor gesteld ziet.Mensen op de markt Sinds 1958 wordt dan ook van overheidswege veel propaganda gevoerd voor geboortebeperking, m.n. op het platteland. Deze campagne is in de jaren zeventig nog geïntensiveerd en heeft ook tot excessen geleid (o.a. gedwongen sterilisatie). Dichtbevolkt zijn de Ganges- en de Brahmaputravlakte (Uttar Pradesh, Bihar, West-Bengalen) en de staten Kerala en Tamil Nadu. Dunbevolkt zijn de oostelijke berggebieden (Manipur, Meghalaya en Nagaland) en de droge gebieden (Rajasthan en Jammu en Kashmir). Met een bevolking van 150.000 en een bevolkingsdichtheid van iets meer dan één inwoners per km2 is Ladakh een van de minst bevolkte streken van India. Slechts ca. 26% van de bevolking woonde in 1994 in steden, waarvan met name de miljoenensteden enorme huisvestingsproblemen kennen. De bevolking vertoont in etnisch opzicht een grote verscheidenheid. Er zijn twee hoofdgroepen: de Indiden (Indo-ariërs; ca. 72%) en de Melaniden (zwarte Indiërs; ca. 25%); de eersten wonen in de vlakte van de Ganges, in Rajasthan en in centraal-Deccan, de laatsten in Zuidoost-India (Tamil Nadu) en in het uiterste noordoosten van Deccan. Weddoïden leven in de wouden van Deccan. Tot de Mongoliden behoren vele bergvolken van de Himalaya en Noordoost-Indië. De overgrote meerderheid van de bevolking, ongeveer 82 procent, is hindoe. Het percentage moslims bedraagt 11,2 procent. Daarop volgen de christenen met ongeveer 2,6 procent. De christenen zijn vooral te vinden in de vroegere Portugese gebieden Kerala en Mizoram. Een bekende groep is die van de sikhs met 2 procent. Hoewel het boeddhisme zich oorspronkelijk vanuit India verbreid heeft, is slechts 0,8 procent van de bevolking boeddhist. Het jaïnisme telt met 0,5 procent toch altijd nog 4,5 miljoen volgelingen. Kleinere religieuze groeperingen zijn de parsi's, de joden en aanhangers van de Bahá'i.

Cultuur:

Naar boven

India is het land van feesten, festivals en jaarmarkten. Over het algemeen hebben de feesten een religieuze achtergrond. Sommige feesten hebben ook met gebeurtenissen uit de oudheid te maken. Daarbij vieren de Indiërs ook nog eens de wisseling van de seizoenen, de komst van de moesson en het oogsten. Dus als je in bent voor een feestje, dan moet je naar India gaan! Veel van het culturele erfgoed van India vind zijn oorsprong in een van de religiën. Dit geldt zowel voor de dans, muziek als de bouwkunst. De klassieke dans werd in de tempels gedanst en onderricht. De basis ervan is gelegd in geschriften. Hiervan is één van de belangrijkste de tweeduizend jaar oude Natya Shastra . Shiva is de god van de kosmische dans. Op de gopurams van de tempel in Chidambaram (Tamil Nadu) staat Shiva in de voorgeschreven 108 dansposities uitgebeeld. Nog steeds worden deze dansen uitgevoerd, niet alleen in tempels, maar ook op grote podia over de hele wereld. De eerste echte bouwwerken zijn de stupa's van boeddhistische heiligen. Deze heiligen stammen uit de derde en tweede eeuw voor Christus. Deze grafheuvels zijn gebouwd in de vorm van een halve bol, waarmee het universum wordt uitgebeeld. In de vroege boeddhistische architectuur wordt Boeddha nog niet afgebeeld. Er wordt naar hem verwezen door middel van symbolen als:

  • de olifant, zijn moeder droomde van een witte olifant in haar buik voor zijn geboorte.
  • de boom, waar Boeddha de verlichting ontving.
  • herten, het hertenpark waar hij de eerste preek gaf.
  • het wiel, het in beweging zetten van het wiel van dharma bij de eerste prediking.
  • de stupa. Deze symbolen tref je veelvuldig aan in de vroeg boeddhistische (bouw)kunst.

Ook de Indiase eetcultuur heeft zijn link met het geloof. Traditioneel is het eten van de hindoes en boeddhisten vegetarisch. Toch heeft India een zeer gevarieerde keuken, die net als de Franse, Chinese en Thaise tot de beste ter wereld behoort. In kookboeken wordt vaak aangegeven uit welke deelstaat of streek de gerechten komen. Bijvoorbeeld Noord-India (Punjab, Mogol), Zuid-India (Karnataka) en Gujarat. In de grote steden vind je ook restaurants die vermelden uit welke streek hun keuken is. Verrassend genoeg is het bijna overal mogelijk een kwalitatief erg goede maaltijd te bestellen in een goedkoop restaurant. In heel veel restaurants kun je een thali bestellen. Dat is een complete maaltijd op een aluminium of stalen bord ( thali ) met verschillende kommetjes ( katori ). Hierin wordt apart de rijst, groenten, pickles en yoghurt geserveerd. Een thali wordt in het zuiden soms op een bananenblad geserveerd.

Klimaat:

Naar boven

Het klimaat van zo'n groot land als India is zeer gevarieerd en wordt vooral bepaald door de droge noord-oost moesson en de natte zuid-west moesson, die ieder weer in twee seizoenen uiteenvallen, de eerstgenoemde in het koude jaargetijde en het hete jaargetijde; de tweede in de regentijd en het seizoen van de zich terugtrekkende moesson. Het koude jaargetijde valt in januari en februari en wordt gekenmerkt door droog, zonnig en fris weer, met in het algemeen weinig wind. Alleen in het uiterste noorden valt dan wat neerslag.
Het hete seizoen valt van maart tot ongeveer midden juni. In het centrum van India is de gemiddelde temperatuur in mei 35°C, terwijl temperaturen tot boven 50°C regelmatig voorkomen. In het zuiden is het koeler door het waaien van aanlandige winden, die ook wat regens brengen. De hoogste temperaturen vallen in het algemeen juist voordat deze regens een meer algemeen karakter krijgen bij het invallen van de regentijd. Dit gebeurt aan de westkust ca. begin juni en verder landinwaarts geleidelijk later, tot het in juli ook in het noordwesten regent. Vooral langs de westkust is de overgang van de seizoenen abrupt. De wind trekt aan en gedurende een week regent het overvloedig. Daarna komen ook opklaringen voor.
Vooral bij aanlandige wind en aan de loefzijde van heuvels en bergen is de neerslag overvloedig, met vaak jaartotalen boven 2000 mm tot de ongelooflijke jaarlijkse neerslag van ca. 11 m te Cherrapunji in de noordoostelijke deelstaat Meghalaya; de hoogste jaarlijkse neerslag ooit bedraagt bijna 23 meter in 1861!. Dit is dan ook een van de natste gebieden op aarde. De moesson trekt zich van half september tot eind oktober het eerst terug in het noorden en noordwesten, het laatst in het zuiden en Bengalen. Geleidelijk worden de zuidwestelijke winden daarbij vervangen door noordoostelijke. Hoewel de temperatuur na het eindigen van de regens soms eerst nog even stijgt, begint zij al spoedig snel te dalen tot het volgende koude seizoen aanbreekt.
De neerslag varieert sterk van jaar tot jaar en van strek tot streek. In Kerala duurt de moesson vijf maanden. Soms slaat de moesson droge gebieden één of meerdere jaren over. Voor een deel dragen ook tropische cyclonen (ca. tien per jaar) tot de neerslag bij, vooral langs de oostkust. Zij komen hoofdzakelijk voor in de overgangsperiode tussen zuidwest- en noordoostmoesson.
In de Himalaya-deelstaten valt sneeuw en in Ladakh, dat door de sneeuwval vrijwel volledig van de buitenwereld is afgesloten, worden temperaturen van -50°C gemeten.

De beste reis tijd ligt voor het grootste gedeelte van het land in de maanden december en januari. De streken in de Himalaya zijn het beste te bezoeken in de zomermaanden

Natuur:

Naar boven

Door de grote verscheidenheid aan omstandigheden (hoogte, temperatuur en neerslag) heeft India ook een grote diversiteit in de flora en fauna. De rijke vegetatie van India bestaat uit ca. 15.000 soorten bomen en planten. Bestaande uit mangrovebossen, regenwouden en moessonbossen tot damarbomen en heerlijk geurende sandelbomen. Uitgestrekte bamboevelden en palmen in allerlei soorten hebben hun thuis gevonden in dit fraaie land. De uitgestrekte wouden die vroeger het Indiase subcontinent bedekten zijn nu grotendeels verdwenen door het op grote schaal onverantwoordelijk kappen van bomen. Ongeveer een kwart van het totale landoppervlak is in plaats daarvan bedekt met voornamelijk struikgewas. Vochtige tropische wouden komen voor tussen de 450 meter en de 1350 meter op de West-Ghats ten zuiden van Bombay, en in Assam tot op een hoogte van 900 meter. Waar de regenval daalt tot minder dan 3000 mm, gaat het vochtig tropisch woud over in droog tropisch woud, dat onder meer teakhout oplevert. Hier groeien ook damarbomen, sandelhout, riet, bamboe en dadel- en kokospalmen. Langs de zeekust en vooral in Bengalen bevinden zich uitgestrekte mangrovebossen. Daarnaast zijn er subtropische en gematigde heuvelwouden met de bijbehorende plantengroei in het zuiden (de Nilgiri- en Palaniheuvels) en het noorden (de Himalaja). Tussen de 1050 m en de 1500 m in zuidelijk India maakt regenwoud plaats voor gematigd nat bos. In de Himalaja is er een verschil tussen het nattere oosten en het drogere westen. Terwijl vochtig heuvelbos met altijdgroene eiken, kastanjes en verschillende soorten rododendrons overheerst in het oosten, komen meer naar het westen subtropische pijnbomen en op grotere hoogte verschillende soorten coniferen voor. In het oosten is door de overvloedige regenval de verbouw van thee mogelijk, en Assam is de belangrijkste theeproducent van India.
De dierenwereld van India is zeer rijk wegens de uitgestrektheid van het land en de vele Tijger klimaatzones: er zijn 400 soorten zoogdieren, 500 soorten reptielen en amfibieën, 1200 vogelsoorten en 30.000 soorten insecten. De fauna is over het algemeen Aziatisch van karakter en behoort tot het oriëntaalse gebied. Belangrijke grote zoogdieren zijn de Indische olifant en de Indische neushoorn; verder tijger, panter, veel hertensoorten (o.a. het grote sambarhert en het piepkleine muishert), een wild rund (gaur), enkele antilopensoorten (nijlgau, Indische antilope, vierhoornantilope), en een aantal apensoorten. In het bergland komen nog wilde geiten- en schapensoorten voor.
De vogelwereld is over het algemeen ook zeer rijk, vooral aan hoendervogels. De pauw is het nationale symbool van India. Kraanvogels, ooievaars, gieren en de zwarte wouw zijn alom aanwezig. De hoogvlakte van Deccan en Zuid-India zijn het woongebied van de ijsvogel en de opmerkelijke neushoornvogel. Bharatpur is het belangrijkste vogelreservaat van Azië. Het park herbergt 374 vogelsoorten, waaronder 117 soorten trekvogels. Op het droge land leven o.a. papegaaien, ijsvogels, spechten, patrijzen, haviken, buizerds, uilen en arenden; in en rond de waterplassen en moerassen leven o.a. tachtig soorten eenden, zeven soorten ooievaars, pelikanen, aalscholvers, flamingo’s, ibissen, reigers en slangenvogels. Bijzonder zijn de grote Saraskraanvogel en de sneeuwwitte Siberische kraanvogel. Zoogdieren die hier voorkomen zijn het sambarhert, de nijlgau, de mungo, een soort civetkat, en de jakhals.
Corbett National Park is het eerste wildreservaat van India, opgericht in 1936. De rivier is hier de woonplaats voor de snavelkrokodil of gaviaal, de grote moeraskrokodil en rivierschildpadden. Op het land leven wilde zwijnen, paardherten, zwarte beren, chitals, hertzwijnen, stekelvarkens, resusaapjes en hoelmannen. Vogelliefhebbers komen ook aan hun trekken, met de kans om de zwarthalsooievaar te zien, de Indische slangenarend, de grijze neushoornvogel, de oranje rupsvogel en vele watervogels, duiven, parkieten en ijsvogels.
Reptielen zijn er in India genoeg te vinden: het land staat onder meer bekend vanwege het grote aantal gifslangen en een daarmee samenhangend groot aantal sterfgevallen aan slangenbeten. Gevaarlijke slangen zijn de cobra en de zeer giftige krait. Opvallend is de gaviaal, een visetende krokodillensoort die zes meter lang kan worden.
Door de sterke bevolkingsdruk, landhonger en kaalslag van het bos wordt de oorspronkelijke dierenwereld met uitsterven bedreigd. Een netwerk van reservaten heeft niet altijd tot het gewenste resultaat geleid, omdat de gereserveerde gebieden vaak te klein en verbrokkeld zijn. Op dit moment worden in India veel soorten sterk in hun voortbestaan bedreigd: o.a. Indische leeuw, Bengaalse koningstijger, Indische olifant, Indische neushoorn, Nilgiritahr, enige herten en antilopen en dwergzwijn. De belangrijkste reservaten zijn Gir (Indische leeuw), Corbett National Park (tijger), Kanha National Park (herten en tijger) en Kaziranga National Park (Indische eenhoornige neushoorn en olifant).

Wil je op de hoogte worden gebracht wanneer ik een nieuw reisverslag publiceer klik dan hier.