Tanzania Informatie
Geografie Historie Bevolking Cultuur Klimaat Natuur
Wereldbol Index Kenia en Tanzania
Wereldbol Informatie Kenia
Wereldbol Kaart Kenia en Tanzania
Wereldbol Reisverslag Kenia en Tanzania
Wereldbol Fotoalbum Kenia
Wereldbol Fotoalbum Tanzania
Wereldbol Links
Tanzania is een land rijk aan natuur, prachtige landschappen en prachtige natuurparken waaronder de Serengeti en Ngorongoro. Verder kent het een grote diversiteit aan culturen. De hier door mij gegeven informatie moet je zien als algemene informatie over Tanzania. Deze kun je gebruiken als achtergrond-informatie mocht je Tanzania (ooit) gaan bezoeken.

Geografie:

Tanzania (in het Swahili: Jamhuri ya Muungano wa Tanzania) is een republiek in Oost-Afrika en bestaat uit het vroegere Tanganyika en de eilanden Zanzibar (eigenlijk Unguja), Pemba en de Mafia-archipel. Tanzania ligt in oostelijk Afrika, net onder de evenaar en grenst in het noorden aan Kenia (769 km) en Uganda (396 km), in het zuiden aan Mozambique (756 km), Malawi (475 km) en Zambia (338 km) en in het westen aan de Democratische Republiek Congo (459 km), Rwanda (217 km) en Burundi (451 km). In het oosten grenst Tanzania in zijn geheel aan de Indische Oceaan en ook de andere grenzen bestaan voor een groot deel uit water: in het westen Lake Tanganyika, in het noordwesten Lake Victoria en in het zuidwesten Lake Malawi, terwijl de grens met Mozambique gevormd wordt door de rivier de Rovuma.
De totale oppervlakte van Tanzania bedraagt 945.087 km² en daarmee is Tanzania ongeveer 22,5 keer zo groot als Nederland of net zo groot als Frankrijk, Duitsland en België samen en tevens het grootste land van Oost-Afrika. De officiële hoofdstad is Dodoma, maar de voormalige hoofdstad Dar es Salaam (ongeveer 2,5 miljoen inwoners) huisvest nog vele regeringsinstellingen en ambassades. Andere zeer dicht bevolkte steden zijn Arusha, Mwanza, Tabora en Kigoma. Het eiland Zanzibar is een eiland aan de oostkust en heeft een oppervlakte van 1554 km². In 1994 werd het aantal inwoners geschat op 800.000. De belangrijkste stad, tevens het economisch centrum, is de stad met zijn historisch centrum Stone Town. Hoewel het eiland Zanzibar een deel van Tanzania is, heeft het een grote mate van zelfbestuur. Zanzibar is een aparte staat binnen de Verenigde Republiek van Tanzania. Het kiest zijn eigen president, die regeringshoofd is voor alle interne aangelegenheden. De president van Zanzibar is tevens vicepresident van Tanzania.

Het landschap van Tanzania is erg variërend. Hoogvlaktes en dalen wisselen elkaar onverwacht af. Door het aanwezige vulkanisme is op de grens met Kenia Afrika’s hoogste berg ontstaan, de vulkaan Kilimanjaro met als piek de 5895 meter hoge Uhuru wordt met recht ‘het dak van Afrika’ genoemd. Tanzania telt nog één werkende vulkaan in het noorden bij Lake Natron: de Ol Doinyo Lengai of ‘Berg van God’. De berg is 2890 meter hoog en de krater vult zich sinds 1983 met lava.

Tanzania kent verder een vrij smalle kuststrook en een vlak tot licht heuvelachtig centraal plateau met een gemiddelde hoogte van 1200 meter. Het overheersende landschap in Tanzania is de savanne (o.a. in het Serengeti-natuurreservaat en het Arusha National Park); een landschap met vooral grasland en hier en daar een boom. Verder bestaat het landschap uit steppe en tropisch bos. Zeer bepalend is de Grote Afrikaanse Slenk of Great Rift Valley. Als gevolg van het ontstaan van de Great Rift valley ontstonden er verschillende grote meren, waaronder Lake Natron, Lake Manyara en Lake Tanganyika, waar op 1430 meter diepte het laagste punt van Afrika te vinden is. Tanzania is het waterrijkste land van het continent Afrika met vele rivieren maar deze zijn echter geen van allen bevaarbaar.

Tanzania is een arm land maar beschikt over een rijke bodem. In Tanzania is o.a. goud, diamanten, nikkel, kobalt, steenkool, gas en olie te vinden. Echter het land heeft geen middelen en financiën om deze delfstoffen te winnen. Daardoor draagt het slechts 2% bij aan het bnp. Bedrijven uit westerse landen hebben recent grote investeringen in de mijnbouwsector gedaan maar daardoor verdwijnt een groot deel van de winst naar het buitenland. De plaatselijke gemeenschappen profiteren dus maar bar weinig en dat leidde al regelmatig tot relletjes en zelfs bloedige confrontaties. Doordat de Tanzaniaanse economie voor ca. 44% afhankelijk is van de agrarische sector, is de economie zeer kwetsbaar. Twee derde van de beroepsbevolking is werkzaam in de land-, tuin- en bosbouw en de veeteelt en visserij.

Historie:

Naar boven

Volgens de laatste inzichten is Oost-Afrika zeer waarschijnlijk het centrum geweest van de menselijke evolutie. In de Oldowaikloof zijn bijna 2 miljoen jaar oude overblijfselen van mensachtige wezens (o.a. Zinjanthropus) gevonden. Daarom nemen wetenschappers aan dat daar de oorsprong van de moderne mens ligt. De eerste bewoners van Tanzania behoorden tot de Khoisan-groep, waarvan een deel later naar het zuiden trokken, onder andere naar Zuid-Afrika. De oorspronkelijke bewoners van het vasteland van Tanzania zijn nu bijna verdwenen. Het waren jagers en verzamelaars, verwant aan de Zuid-Afrikaanse San (Bosjesmannen). Vanaf de 3de eeuw v. Chr. kwamen er verschillende volken vanuit het noorden naar Tanzania. Als eersten landbouwers uit Ethiopië, gevolgd door Bantoestammen en herdersvolken uit het stroomgebied van de Nijl, waaronder de Masaï. Deze immigratie naar het Tanzaniaanse grondgebied begon ca. 3000 jaar geleden en ging tot ca. 1850 door.

In de 4e eeuw kwamen de Arabieren uit Oman handel drijven in Tanzania. Rond 700 ontstonden de eerste vestigingen op de eilanden voor de kust. Vanaf de 9e eeuw vestigden zich Arabieren langs de kust en dreven handel met de landbouwers en veehouders in het binnenland. Perzen uit Shiraz volgden rond 1200. Terwijl ze op weg waren naar India, verkenden Portugezen vanaf 1498 de oostkust van Afrika. Ze raakten in conflict met de Arabieren. In het begin van de 16de eeuw veroverde Portugal het eiland Zanzibar en het Arabische bestuurscentrum Kilwa op het vasteland. Portugezen overheersten de handel tussen 1498 en 1828, toen zij definitief werden verslagen door de Arabieren. Toen namen de Arabieren het roer weer over, met steun van de sultan van Oman. Deze sultan was voornamelijk geïnteresseerd in de slavenhandel want slaven waren op een gegeven moment de belangrijkste handelswaar. Veel slaven werden verscheept naar suikerplantages op de nabijgelegen eilanden Zanzibar, Mauritius en Réunion, naar Arabische landen en ook nog naar Amerika en het Caribische gebied. Het ‘hoogtepunt’ van de slavenhandel lag in de jaren zestig van de 19e eeuw. Bagamayo was toen de belangrijkste slavenmarkt van het vasteland van Oost-Afrika. Om slaven te ronselen, trokken de Arabieren steeds verder het binnenland in, waarbij ze ook uitgebreid handel dreven in ivoor. Het eiland Zanzibar was vanaf 1840 de residentie van de Sultan van Oman en hij verplaatste toen de hoofdstad van Muscat naar Zanzibar. Van hieruit werden er slavenraids op het vasteland uitgevoerd.

Hoewel Vasco da Gama al vijfhonderd jaar eerder voet aan wal zette in Kilwa, gelegen ten zuiden van Dar es Salaam, dateert onze kennis van de binnenlanden van Tanzania uit de periode 1850 tot 1870 toen ontdekkingsreizigers en missionarissen zoals Livingstone en Krapf deze gebieden geleidelijk in kaart brachten. Het was Livingstone die de Britten ertoe aanzette de sultan van Zanzibar te verdrijven en een einde te maken aan de slavenhandel (1873). Intussen kreeg Duitsland economische interesse in het gebied. In 1884 stuurde de Duitse Ost-Afrika Gesellschaft Karl Peters de binnenlanden in waar hij verbonden sloot met inlandse stamhoofden die daardoor op bescherming konden rekenen. Dat zinde de sultan helemaal niet. Hij hoopte op hulp van de Britten, maar die sloten een overeenkomst met de Duitsers. Daarbij werd Oost-Afrika in 1886 verdeeld in een Duits gebied (Tanganyika: het huidige vasteland van Tanzania, Rwanda en Burundi) en een Brits gebied (Kenia, Oeganda en Zanzibar). Voor de sultan bleef nog een smalle kuststrook op het vasteland over die hij twee jaar later aan de Duitsers verhuurde. De kolonisatie van Tanganyika door de Duitsers verliep vrij moeizaam, vooral in het binnenland. Belangrijk voor het gebied was wel de aanleg van een spoorlijn van de kust naar een vruchtbaar gebied in de buurt van de Kilimanjaro. De bouw van de spoorlijn begon in 1891 en duurde tot 1911. In 1905 brak de Maji Maji-opstand uit. Dit kostte meer dan 70.000 Tanganyikanen het leven, niet alleen door oorlogshandelingen maar ook door honger en ziekte. De Duitsers zagen echter al snel in dat dwangarbeid hier niet werkte en stimuleerden de kleinschalige Afrikaanse landbouw, met als bijkomend gevolg dat de onrust onder de bevolking sterk afnam. Hierdoor kon bijvoorbeeld de katoenteelt zich goed ontwikkelen ten zuiden van het Victoria-meer.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd Duitsland gedwongen haar koloniën op te geven en kwam Tanganyika onder mandaat van de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) en kregen de Britten het voor het zeggen in Tanganyika, met uitzondering van Rwanda en Burundi die onder Belgisch bestuur kwamen. Maar Duitsers bleven in vrij grote aantallen in Tanganyika aanwezig (bijvoorbeeld als plantagehouders). De Britten richtten de Tanganyika Africa Association (TAA) op, een soort inspraakorgaan. Na de Tweede Wereldoorlog werden alle mandaatgebieden van de Volkenbond onder toezicht van de Verenigde Naties geplaatst. Het doel daarvan was om die gebieden langzamerhand zelfbestuur te geven en te begeleiden naar onafhankelijkheid. In 1948 werden in Tanganyika de eerste verkiezingen voor een Wetgevende Vergadering gehouden. Het nationaal bewustzijn onder de autochtone bevolking groeide en er werden (politieke)partijen en verenigingen opgericht. De voornaamste was de Tanganyika Afrikaanse Nationale Unie (TANU) die in 1954 werd opgericht door Julius Nyerere, een zoon van een stamhoofd. In 1956 reisde Julius Nyerere, de latere president, naar de Verenigde Naties in New York om daar de zelfstandigheid van Tanganyika te bepleiten. Uiteindelijk erkenden de Verenigde Naties het recht op zelfbeschikking. Bij de verkiezingen van 1958 werd de TANU de grootste partij. In 1959 kreeg Tanganyika voor het eerst een kabinet, met uiteindelijk vijf ministers van de TANU. In 1960 werden de algemene verkiezingen gewonnen door de TANU, met 70 van de 71 zetels, met Nyerere als minister-president. In mei 1961 kreeg het land volledig zelfbestuur en op 9 december 1961 werd het onafhankelijke Tanganyika uitgeroepen, met Nyerere als president. Onder Nyerere ging het aanvankelijk goed met Tanzania. Nyerere was populair en wist de eenheid onder de meer dan honderd bevolkingsgroepen te bewaren, met de TANU als bindmiddel. Hij trad zelfs een maand na de machtsoverdracht al weer af om de TANU over het hele land te organiseren. Zijn plaats werd ingenomen door oud-vakbondsleider Rashidi Kawawa, die meteen het koloniale bestuurssysteem op de schop nam. Op het eiland Zanzibar gingen de ontwikkelingen echter niet zo snel en bleef de bestaande hiërarchie nog vrij lang intact. Hier bezetten de Europeanen de hoogste posten en werden de Afrikanen onder de duim gehouden en te werk gesteld op de landbouwgronden. In januari 1964 kwam de zwarte bevolking in opstand tegen de onderdrukking en werd de sultan weggejaagd. Duizenden Arabieren werden afgeslacht terwijl anderen naar Oman en andere Golfstaten vluchtten. Nyerere werd door de Amerikanen onder druk gezet om een unie aan te gaan met de eilanden Zanzibar en Pemba. Op 26 april 1964 verenigde de Republiek Tanganyika zich met Zanzibar en Pemba en kwam de Federale Republiek Tanzania tot stand. De president werd Nyerere terwijl voorzitter sjeik Abeid Karume van de Volksrepubliek Zanzibar en Pemba de vicepresident werd. Hierbij behield Zanzibar wel een grote mate van autonomie. Die autonome positie zorgt echter tot op de dag van vandaag voor problemen. Dit wordt mede veroorzaakt door onvrede omdat het met de economie van Zanzibar veel slechter ging dan met de economische toestand van Tanzania. Ook de grote verschillen tussen de Afrikaanse en Arabische bevolkingsgroepen speelden hierin een grote rol. Verder zijn de verhoudingen tussen het hoofdeiland Unguja en Pemba verre van goed te noemen.

In 1965 riep Nyerere Tanzania uit tot een eenpartijstaat. In Tanganyika werd alleen de TANU en op Zanzibar alleen de Shirazi-partij toegelaten. Op 5 februari 1967 werd de Verklaring van Arusha aangenomen. Enkele hoofdpunten van het toekomstige beleid waren self-reliance (vertrouwen op eigen kracht) en ‘ujamaa’ (familiezin) en een éénpartijdemocratie. Verder waren erin opgenomen een leiderschapscode en kenmerken van het Tanzaniaanse socialisme: een actieve rol voor de staat, geen uitbuiting van de boeren meer en men mocht niet meer afhankelijk zijn van het buitenland. Meteen na het uitkomen van de Verklaring werden alle banken en veel grote bedrijven genationaliseerd. Opvallend waren verder de oprichting van zogenaamde Ujamaa-dorpen voor de ruim 12 miljoen boeren, die stoelden op de oude waardes en tradities van de familiegemeenschappen op het platteland. In de dorpen kon ook de grond gezamenlijk bewerkt worden en waren er allerlei sociale voorzieningen als scholen, ziekenhuizen, water- en voedselvoorzieningen. Het gevolg hiervan was een massale volksverhuizing van meer dan 3 miljoen Tanzanianen die naar de nieuwe dorpen verhuisden. Vanwege de voortdurende economische terugval werden de Ujamaa-dorpen slechts ten dele een succes. Door de toegepaste zwerflandbouw raakte de bodem al snel uitgeput met als gevolg een teruglopende landbouwproductie. Bovendien was de grond in de buurt van de nieuwe dorpen lang niet altijd geschikt voor landbouw en was er vaak een tekort aan water. Ook de opheffing in 1976 van de boerencoöperaties was geen slimme zet. Hun taak werd overgenomen door staatshandelsondernemingen, die al snel bol stonden van de corruptie, inefficiëntie en bureaucratie. Al deze factoren leidden tot een diepe crisis in de Tanzaniaanse samenleving. De Tanzanianen verloren het vertrouwen in hun leiders, wat nog versterkt werd door voortdurende inflatie en achterblijvende loonsverhogingen. Het uit elkaar vallen van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap in 1977 deed de economische toestand ook geen goed en ook het weer werkte niet mee door dan weer zware overstromingen, en dan weer langdurige perioden van droogte. In 1977 fuseerde de Afro-Shirazi Partij van Zanzibar met Nyerere's TANU tot de Partij van de Revolutie (CCM).

In 1979 opereerden Oegandese troepen van dictator Idi Amin op Tanzaniaans grondgebied. Tanzania, dat al langer in onmin leefde met de dictatuur in het buurland, viel daarop - gesteund door Oegandese anti-Amin strijders - Oeganda binnen en verjoeg dictator Amin. Hierdoor stegen de uitgaven voor defensie tot bijna 25% van het nationale inkomen.

In 1985 trad Nyerere vrijwillig af. Zijn opvolger als federale president werd Ali Hasan Mwinyi. Dit alles benadrukte de redelijke stabiliteit van Tanzania: de christelijke Nyerere werd, zonder dat dit leidde tot noemenswaardige religieuze of etnische problemen, opgevolgd door de moslim Mwinyi. President Mwinyi paste het Afrika-socialisme van Nyerere wat aan de tijd aan en leende geld bij het IMF. In 1990 werd Mwinyi tot president herkozen. Mwinyi zette het, tijdens zijn eerste ambtsperiode als president, democratiseringsbeleid voort en in 1992 werd het meerpartijenstelsel ingevoerd. In 1995 werden er voor het eerst verkiezingen gehouden sinds de jaren zestig, waar meerdere partijen aan meededen. De verkiezingen werden gewonnen door Benjamin Mkapa van de CCM. Mkapa was de vervanger van Ali Hassan Mwinyi. Aan de chaotische verkiezingen werd deelgenomen door vijftien partijen, en deze politieke verdeeldheid speelde Mkapa uiteraard in de kaart. In mei 1996 werd president Salmin Amour van Zanzibar beëdigd als lid van de Unieregering. Eind 1997 en begin 1998 werd Tanzania getroffen door zware overstromingen, waardoor wegen werden vernield en oogsten verloren gingen. Aan het eind van 1998 liep de voedselvoorziening voor 300.000 mensen gevaar, vooral in de oostelijke en noordelijke regio, door droogte en een plantenziekte die een deel van de oogst vernielde.

Bij de verkiezingen in oktober 2000 werd president Mkapa herkozen met 69% van de stemmen en de CCM vergrootte haar meerderheid in het parlement tot 85%. Hoewel de verkiezingen over het algemeen goed verliepen, was er op Zanzibar weer sprake van chaos, fraude en geweld. CCM kandidaat Amani Karume werd tot president van Zanzibar gekozen, maar de CUF erkende deze uitslag niet en weigerde in het Huis van Afgevaardigden plaats te nemen. Eind januari 2001 riep de oppositie op tot vreedzame demonstraties, die echter uit de hand liepen en op Pemba 30 doden tot gevolg hadden. Met spanning werd er daarom uitgekeken naar deelverkiezingen op Pemba in mei 2003. De verkiezingen verliepen vreedzaam en democratisch, met als grote winnaar de CUF, die alle zetels won. In feite bepalen slechts twee politieke partijen het politieke toneel in Tanzania, daarnaast is er een aantal kleinere partijen. De twee belangrijkste zijn de Chama Cha Mapinduzi (CCM) en de oppositiepartij Civic United Front (CUF); de laatste heeft vooral op Pemba en in de kuststreken onder Moslims veel aanhangers. Bij de verkiezingen in 2005 gingen 197 van de 223 zetels in het parlement naar CCM en won CCM- presidentskandidaat Jakaya Kikwete met 80% van de stemmen. Jakaya Kikwete volgde hierna Benjamin Mkapa (beiden CCM) als president op.

Bevolking:

Naar boven

Er woonden in 2009 ongeveer 43,7 miljoen mensen (waarschijnlijk meer) in Tanzania. Tanzania bestaat voor 98% uit Afrikanen welke zijn verdeeld over bijna 130 stammen. Gemiddeld is dat ongeveer dertig mensen per vierkante kilometer (Nederland: 383 per km2). Maar de bevolkingsspreiding is zeer ongelijk. In de kustgebieden bedraagt het aantal mensen per vierkante kilometer ruim driehonderd en ook het gebied rond Lake Victoria kent een hoge bevolkingsdichtheid. In sommige droge gebieden woont echter maar één persoon per km2. De jaarlijkse bevolkingsaanwas bedroeg in 2004 1,95%. De meeste mensen wonen nog steeds op het platteland een gevolg van het feit dat Tanzania van oudsher een stammensamenleving is.
Bevolking van Tanzania heeft een relatieve jonge gemiddelde leeftijd want bijna de helft (44,2%) is jonger dan 15 jaar terwijl er bijna geen mensen zijn die ouder zijn dan 65 jaar (2,6%). De rest (53.2%) zit daar tussen in. Het lage aantal 65-plussers en de zeer lage levensverwachting komt niet alleen door de armoede, maar zeker ook door het hoge aantal aids-sterfgevallen. De levensverwachting ligt met een gemiddelde van maar 44,4 jaar niet bijzonder hoog waarbij deze voor de mannen 43,2 jaar (Nederland 78,3 jaar) en de vrouwen 45,6 jaar (Nederland 82.3 jaar) bedraagt.

Het grootste deel van de bevolking heeft een Bantoe-achtergrond, al heeft er veel vermenging plaatsgevonden met Arabieren en Perzen. Een kleine bevolkingsgroep heeft duidelijk Aziatische voorouders (voornamelijk Indiërs en Pakistani die wonen in Dar es Salaam en op Zanzibar), terwijl Europeanen absoluut in de minderheid zijn. De stammen variëren in grootte van enkele honderden tot enkele miljoenen. De Nyamwezi vormen de grootste groep, zij maken vijftien procent van de bevolking uit. De twaalf grootste stammen zijn verantwoordelijk voor ruim vijftig procent van de bevolking. De nog zeer primitief levende Hi is waarschijnlijk de kleinste stam, hoewel officiële cijfers daarover ontbreken. Sommige stammen houden nog erg sterk vast aan hun traditionele gewoonten en kleding. Het duidelijkste voorbeeld daarvan vindt je bij de Masaï.

De belangrijkste of bijzonderste stammen zijn:

  • Sukuma (Swahili voor Volk van het Noorden): De Sukuma vormen de grootste stam van Tanzania en maken meer dan 10% van de bevolking uit. Ze wonen vooral ten zuiden van Lake Victoria in het noorden van Tanzania. Ze leven van de extensieve veeteelt maar vooral van de landbouw, en waren de eersten die op grote schaal katoen gingen verbouwen. Verder verbouwen ze nog sorghum, gierst en maïs.
  • Nyamwezi (Swahili voor Volk van de Maan): De Nyamwezi, zustervolk van de Sukuma, leven in het zeer droge gebied ten zuiden van Tabora aan de Ugalla-rivier. Dit vroegere handelsvolk is ontstaan uit een aantal bantoe-stammen en verbouwd nu vooral rijst, maïs en sorghum.
  • Chagga: De redelijk welvarende Chagga maakten als een van de eerste stammen kennis met lutherse en rooms-katholieke missionarissen, die zorgden voor betere landbouwmethodes. Ze leven voornamelijk op de zuidelijke hellingen van de Kilimanjaro, waar ze op de vruchtbare grond vooral koffie verbouwen.
  • Dorobo: De Dorobo is een Nilotisch sprekende jagerstam die in dezelfde gebieden leven als de Masaï. Het grootste deel van de stam woont echter in Kenia en daar heten ze Ndoboro.
  • Ha: De nog zeer traditioneel levende Ha leven in het westen van Tanzania en aan de noordelijke oevers van Lake Tanganyika. Het zijn veehouders die wereldberoemd zijn om hun traditionele dansen.
  • Hadzapi: De Hadzapi, die al duizenden jaren in Tanzania wonen, leven in Noord-Tanzania en zijn landbouwers en veehouders. Nauw verwant aan de Hadzapi zijn de Sandawe en de Hi-stam. Ook de Sanstam of Hottentotten uit zuidelijk Afrika zijn nauw verwant aan Hadzapi, die het Khoisan spreken, een zogenaamde ‘kliktaal’. De voorouders van deze stam leefden in Ethiopië.
  • Haya: De Haya zijn landbouwers die ook sterk profiteerden van de vroege kennismaking met de Europeanen en sociaal en cultureel. Zowel de koffie- als de bananenteelt is voor hen belangrijk en verder zijn ze cultureel en sociaal sterk ontwikkeld.
  • Hehe: De Hehe zijn een erg op zichzelf levende stam, met strikte eigen sociale en culturele gewoonten en gebruiken. Vroeger was het een oorlogszuchtig volk, op dit moment leven sommige clans van de landbouw, anderen van de veeteelt en weer anderen hebben een gemengd bedrijf.
  • Hi: De Hi leven voornamelijk ten zuidwesten van Lake Eyasi in Noord-Tanzania. Het is een van de allerkleinste Tanzaniaanse stammen en ze zijn nauw verwant aan de Hadzapi en de Sandawe. Ze spreken Khoisan, een ‘kliktaal’. Het primitieve volk leeft van de jacht, eet knollen en wonen niet in tenten maar leven in de open lucht.
  • Masaï: Masaï zijn veehouders die in 17e eeuw vanuit Noord-Afrika, via de Nijlvallei, naar Tanzania trokken. In Tanzania leeft de grootste Masaï-stam, de Ilkisongo. Ze vallen erg op door hun grote gestalte en hun kleurrijke kleding.
  • Makonde: De zeer teruggetrokken levende Makonde wonen in het zuidoosten van Tanzania en gedeeltelijk in Mozambique. Ze behoren tot de grootste stammen van Tanzania en zijn befaamd vanwege hun prachtige houtsnijwerk.
  • Swahili: De Swahili zijn niet zozeer een apart volk, als wel een verzameling van volkeren in het kustgebied van Tanzania.

Zoals gezegd zijn de Bantoetaligen, die in een ver verleden uit West- en Noord-Afrika kwamen, de grootste groep. De oudste groep inwoners spreekt Khoisan (een zogenaamde ‘kliktaal’), een taal die ook door de Hottentotten uit zuidelijk Afrika gesproken wordt. De Cushitisch sprekende stammen zijn vanuit Ethiopië en Somalië naar Tanzania getrokken. De grootste stammen zijn die van de Sukuma, Nyamwezi, Haya, Nyakyusa en Chagga met elk meer dan 1 miljoen leden. De oorspronkelijke bevolking van Zanzibar bestaat uit Hadimu, Tumbatu en Pemba. Er bestaan geen overheersende tegenstellingen tussen de verschillende stammen. Dit komt zeer waarschijnlijk omdat geen van de stammen veel meer dan 10% van de totale bevolking uitmaakt.

Cultuur:

Naar boven

Tanzania heeft ruim 120 verschillende stammen met elk hun eigen gebruiken en gewoontes. Daarom is het onmogelijk om te spreken van dé Tanzaniaanse cultuur. Zoals bij veel Oost-Afrikaanse volkeren speelt ook in Tanzania de muziek een belangrijke rol. Het klinkt allemaal wat minder gecultiveerd dan de muziek waaraan men in West-Europa gewend is maar het is des te temperamentvoller. Drums in vele toonaarden, allerlei klanken slaghout en uit hout vervaardigde xylofoons spelen een belangrijke rol. Ook dierlijke producten zoals hoorns dienen vaak als basis voor een muziekinstrument. Snaarinstrumenten zijn er in vele variëteiten met vaak natuurlijke materialen als kalebas en kokosnoot als basis.

Naast de muziek heeft de dans altijd een zeer belangrijke plaats ingenomen in de Afrikaanse cultuur. De bevolking gebruikt het als uiting van vreugde of verdriet, maar het is ook een middel ter bestrijding van ziekten en ter verjaging van boze geesten. Met zang en dans, gebruikmakend van traditionele muziekinstrumenten, wordt geprobeerd de goden gunstig te stemmen om zodoende een rijke jacht- of oorlogsbuit binnen te halen. In het verleden was verlies of winst tijdens een treffen tussen twee stammen dan ook vaak een teken van de kracht der goden.

Ongeveer 25% van de bevolking beoefent nog steeds de inheemse natuurreligies, die vaak vermengd zijn met andere religies. Een aantal stammen zijn niet (of nauwelijks) beïnvloed door andere religies, wat met name geldt voor de Masaï. Hun god heet Engai en de belangrijkste heilige plaats is op de nog steeds actieve vulkaan Ol Doinyo Lengai. Het percentage moslims in Tanzania is ongeveer 35% en op het eiland Zanzibar is zelfs 95% van de bevolking moslim. De eerste moskee werd in 1107 gebouwd en momenteel heeft het eiland ongeveer vijftig moskeeën. Op het vasteland wonen de meeste moslims in de kustgebieden. Hindoes zijn meer te vinden in Dar es Salaam tussen de Aziatische bevolking. Het aantal christenen, voornamelijk te vinden in het centrale deel van het land, wordt geschat op 46%, waarvan 33% rooms-katholiek en 13% anglicaans, luthers en orthodoxen

Klimaat:

Naar boven

Uiteraard heeft Tanzania, zo vlak onder de evenaar gelegen, een tropisch klimaat. Door de ligging vlak bij de evenaar is de temperatuurschommeling in de loop van het jaar klein. Maar vanwege de afwisseling in het landschap kent het eigenlijk verschillende klimaten. De extremen even niet meegerekend (op de Kilimanjaro vriest het en op sommige plaatsen in het binnenland kan de temperatuur gemakkelijk tot boven de veertig stijgen), kent het land best aangename gemiddelden met een gemiddeld verschil tussen de hoogste en de laagste temperatuur van niet meer dan vijf graden.

Over het algemeen is het kustgebied bijna het hele jaar warm en vochtig. De temperaturen variëren tussen de 22 en 30 graden en de gemiddelde luchtvochtigheid ligt tussen 75 en 80 procent. De avonden en nachten kunnen fris zijn en als je deze gebieden bezoekt, is het hebben van een sweater of trui beslist geen overbodige luxe.

Het hele jaar valt er wel enige regen in Tanzania, met uitzondering van een aantal plaatsen in het binnenland maar staan wel onder invloed van de heersende moessonwinden. Een groot deel van het land heeft twee regentijden: men spreekt van lange regens in de maanden maart tot en met mei en korte regens gedurende oktober tot en met december. De meeste regen valt gedurende de lange regens. De regenval is dan ook intensiever. De neerslag varieert sterk en is onregelmatig gespreid over het land. Gemiddeld valt er over het hele land ca. 750 mm per jaar. Er zijn ook gebieden waar meer dan 1250 mm valt, terwijl de droge gebieden, vooral het Centraal Plateau, nog geen 500 mm per jaar halen. Het Centraal Plateau kent ook maar één regenperiode, tussen december en mei.

Gemiddelde maximum temperatuur in graden Celsius:

Maand

Arusha

Kilimanjaro

Dar Es Salaam

Zanzibar

Januari

23

28

28

30

Februari

24

28

29

30

Maart

23

28

29

30

April

22

26

28

28

Mei

21

24

27

27

Juni

19

23

26

27

Juli

19

22

26

26

Augustus

20

23

26

26

September

21

24

26

27

Oktober

23

26

26

28

November

22

27

27

29

December

22

27

28

29

Een beste reistijd is er eigenlijk niet in Tanzania want ieder seizoen heeft zijn voordelen: vlak na de regentijd is het landschap groen, staan veel bomen en bloemen in bloei en worden de meeste jonge dieren geboren. De maanden januari, februari, mei en juni zijn daarom zeer geschikt voor een bezoek aan Tanzania. In de Oost-Afrikaanse wintermaanden, juli en augustus, heerst er overdag een aangename temperatuur, maar staat er vaak wind, waardoor je in de hoger gelegen gedeeltes ook overdag vaker een trui zult dragen. Naarmate de droge tijd vordert wordt het steeds warmer en wordt het landschap geler en kaler. Het kale landschap maakt wild spotten gemakkelijker in de maanden september en oktober.

Natuur:

Naar boven

Tanzania is algemeen bekend door zijn zeer rijke natuur en zijn ontzettend mooie landschappen. De planten- en dierenwereld zijn zeer divers, mede mogelijk door de grote diversiteit in landschappen. Je vindt er bergachtige gebieden en savannen maar de hoogteverschillen veroorzaken verschillende klimaten wat weer invloed heeft op de flora en fauna van het land. Het land heeft ook tropische regenwouden, meren, rivieren, moerassen met allemaal hun eigen flora en fauna. Ieder type landschap is te bekijken in één van de talloze, beschermde nationale parken welke behoren tot de mooiste van Afrika. De spectaculaire besneeuwde top van de Kilimanjaro, de vele acacia's op de grasvlakten en de majestueuze kraters vormen een landschap, waar olifanten, leeuwen, kleurrijke vogels en duizenden gnoes zich thuis voelen. Recente tellingen wezen uit dat in de twaalf nationale parken meer dan vier miljoen wilde dieren voorkwamen. De totale oppervlakte van de nationale parken bedraagt bijna 42.500 vierkante kilometer terwijl de oppervlakte van wildreservaten deze nog eens overtreft. Veel mensen reizen naar Tanzania om kennis te maken met de dieren in hun oorspronkelijke omgeving. De nationale parken en wildreservaten zijn de plaatsen bij uitstek om ze te observeren en om veel verschillende dieren bij elkaar te vinden. Maar alle nationale parken hebben hun eigen habitat. De parken in het zuiden zijn veel dichter begroeid. Enorme kuddes van wildebeesten en zebra's die over de Serengeti trekken dat is het beeld dat bij Tanzania hoort. Tijdens de migratie trekken miljoenen dieren, vooral wildebeesten en zebra's, door de Serengeti en Masai Mara op zoek naar water en voedsel. Waar regen is gevallen, is meer voedsel te vinden. Deze groep wordt gevolgd door de roofdieren, waaronder leeuwen, cheetah's en hyena's. De migratie door de parken loopt met de klok mee. Tussen april en juni concentreren de dieren zich in enorme kuddes in het westen van de Serengeti. Als het hier te droog wordt om te overleven, trekken ze vanaf juli tot september naar het noorden naar de Masai Mara, waar op dat moment de regen valt. In onze herfst trekken de kuddes weer terug naar Serengeti. In januari tot maart zijn ze in het zuiden van de Serengeti te vinden en werpen de zebra's en wildebeesten hun jongen. In de lente trekken de dieren weer richting het westen van Serengeti.

De dierenwereld van Tanzania is in de eerste plaats die van de savanne en wordt gekenmerkt door talrijke antilopen (waarvan de blauwe of gestreepte gnoe verreweg de algemeenste is), buffels, wrattenzwijnen, giraffen, nijlpaarden, zebra's, zeldzame puntlipneushoorns, olifanten, leeuwen, panters, gevlekte hyena's, hyenahonden, enzovoort. Dat er zoveel verschillende diersoorten te vinden zijn in Tanzania is een gevolg van de vegetatie van het land en de hoogteverschillen. De fauna van de bossen omvat o.a. verscheidene apensoorten en in het westen de chimpansee; de dierenwereld van de kustbossen verschilt enigszins van die van de wouden van het binnenland. Tanzania telt meer dan 1000 vogelsoorten, waaronder een aantal zeer zeldzame soorten, zoals de Udzungwa-patrijs (pas in 1991 ontdekt), de Abbotts duiker en de groene Pemba-duif. Een aantal kenmerkende vogels zijn de struisvogel, secretarisvogel, verschillende ooievaarssoorten (zadelbek ooievaar, maraboe, witte ooievaar en de nimmerzat), gieren, roofvogels (zeearend, vechtarend, bateleur en de steppearend), honingzuigers en nog vele andere soorten zoals bijvoorbeeld de berghaan, driekleurige glansspreeuw, Hildebrandtglansspreeuw, groenstaartglansspreeuw, blauwe langstaartglansspreeuw, kroonkraanvogel, neushoornvogel, Nijlgans en Falmingo. De meeste van de ca. 500 reptielensoorten in Tanzania zijn ongevaarlijk, maar opletten is het voor enkele giftige slangensoorten en natuurlijk voor krokodillen. Veel amfibieën hebben zich aangepast aan de langdurige droge periodes, en verdwijnen eenvoudig voor enkele maanden onder de grond, wachtend op een nieuwe regenperiode. Het eiland Zanzibar sluit wat de dierenwereld betreft aan bij het vasteland, zij het dat er enkele endemische elementen voorkomen, zoals o.a. een duiker (antiloop) en een franjeaap.

Zoals gezegd is de plantenwereld van Tanzania net zo divers als de dierenwereld en heeft ze met circa 2500 plantensoorten een zeer gevarieerde flora. De Serengeti-steppen zijn vooral begroeid met rode oot en diverse cypergrassen. De uitgestrekte savannes worden door acaciabomen gedomineerd waarvan Tanzania 40 inheemse soorten telt. Een bijzondere acaciasoort is de geelkleurige Acacia xanthopholoea of koortsboom, die veel voorkomt langs wateroppervlakten. Het zuiden van Tanzania bestaat voor een groot gedeelte uit beboste savanne of Miombot, met ca. 15 soorten Brachystegia en lange grassoorten.
Hoewel het grondgebied van Tanzania in het verleden uit grote gedeeltes bos bestond is het nu nog maar voor 1,5% bedekt met bossen en deze zijn onder te verdelen in de onderstaande soorten:

  • Het laaglandregenwoud: op de lagergelegen hellingen van het in het oosten gelegen Usambaragebergte. Dit is een van rijkste biologische leefgebieden van Afrika met 276 geregistreerde bomen waarvan er 50 inheems zijn.
  • De rivierbossen en de altijdgroene bossen staan langs de grote rivieren en langs de hellingen bij het Manyarameer. De bossen bestaan uit hoge bomen als Trichilea emetica, Bridelia micrantha en Ficus sycamorus. Andere bekende verschijningen zijn de borassus en de dadelpalm.
  • Bergbossen: deze groeien tussen een hoogte van 1200 meter en de boomgrens van 3000 meter. Op de hellingen van de Kilimanjaro komt vooral de Macaranga kilimandscharica voor. Op de regenarmere noordelijke en westelijke hellingen overheersen jeneverbes, olijfbomen, Nuxia congesta, klimop, kamferboom en de 30 meter hoge conifeer Podocarpus milanjianus. Onder de bomen is een dichte begroeiing te vinden van struiken en wilde bloemen, waaronder vlijtig liesje, begonia, grote boomvarens, balsemien en Kaapse viooltjes. Iets hoger op de hellingen staat onder andere de drie meter hoge veerachtige heideboom Erica excelsa en het kruiskruid Senecio johnstonii. Ook de begroeiing tussen 2800 en 4000 meter hoogte is zeer divers te noemen met Erica arborea, Erica exelsa, Hypericum revolutum, Helichrysum, gele protea, een vuurpijlsoort en verschillende soorten lobelia. De Lobelia deckenii en de Senecio kilimanjari groeien alleen op de Kilimanjaro.
  • Mangrove bossen: aan de kust van de Indische Oceaan komen mangrovebossen voor, meestal in de vorm van struiken en lagere bomen. Direct achter het mangrovegebied bevinden zich de hoge kustbossen.
  • Tropisch regenwoud: deze zijn tegenwoordig beperkt tot kleine delen van een aantal hoge bergen.

In steden en dorpen is de flamboyant met zijn rood-oranje bloemen een opvallende en veel voorkomende verschijning. Verwant aan de flamboyant is de jacaranda, die een dichte baderkruin heeft en in veel verschillende vormen voorkomt. Zeer opvallend zijn de bloeiende flame tree en de coral tree met zijn stekelige stam en leerachtige bladeren. De candelabra lijkt op een cactus en de 18 meter hoge worstboom heeft typische vruchten die wel een meter lang en kilo’s zwaar kunnen worden. De meest opvallende boom van Tanzania is de Adansonia digitata of baobab, bekend door grillige vormen en de vreemde takken. De vruchten zijn een lekkernij voor apen, en de boom wordt dan ook wel apenbroodboom genoemd. De baobab kan enkele tientallen meters hoog en zeer oud worden. De meeste herkenbare acacia is de Acacia tortilis of parapluboom, die wel twintig meter hoog kan worden en centimeters lange doornen heeft. De sycamore fig is een wilde vijg die een hoogte kan bereiken van 20 meter. De ronde vruchten worden door veel dieren gegeten, terwijl de bladeren een lekkernij zijn voor olifanten. Op Zanzibar kwam de natuurlijke plantengroei voor een deel overeen met het vaste land maar intussen is deze vrijwel geheel verdrongen door aangeplante dichte kokospalmbossen.

Wil je op de hoogte worden gebracht wanneer ik een nieuw reisverslag publiceer klik dan hier.