Thailand Informatie
Geografie Historie Bevolking Cultuur Klimaat Natuur
Wereldbol Index Thailand/Laos
Wereldbol Informatie Laos
Wereldbol Kaart Thailand/Laos
Wereldbol Reisverslag Thailand/Laos
Wereldbol Fotoalbum Thailand
Wereldbol Fotoalbum Laos
Wereldbol Links
Thailand is een schitterend land met veel natuur,tempels en een super vriendelijke bevolking. De hier door mij gegeven informatie moet je zien als de meest algemene informatie over Thailand die je kunt gebruiken als achtergrond informatie mocht je Thailand gaan bezoeken.

Geografie:

Thailand (officiële naam: Ratcha Anachak Thai) en tot 1939 in Europa bekend als Siam, is een koninkrijk in Zuidoost-Azië en ligt op het schiereiland van Indo-China. De Thaise naam van het land is Prathet Thai, waarbij Prathet land betekent en Kaart van Thailandhet woord Thai vrij betekent. De hoofdstad van Thailand is Bangkok dat ligt aan de Menam rivier (Chao Phraya rivier) die uitmondt in de Golf van Thailand. De totale oppervlakte van het land bedraagt 513.115 km² en daarmee is Thailand ongeveer dertien keer zo groot als Nederland en iets kleiner dan Frankrijk. Van noord naar zuid meet Thailand maximaal 1500 kilometer en van oost naar west 800 kilometer. Thailand grenst in het noordoosten aan Cambodja (803 km), in het noorden aan Laos (1754 km), in het westen aan Myanmar (1800 km: het voormalige Birma) en in het zuiden aan Maleisië (506 km). Zuid-Thailand bestaat uit een lang schiereiland van meer dan 1200 kilometer, dat in het westen begrensd wordt door de Andamanse Zee als deel van de Indische Oceaan, en in het oosten door de Golf van Thailand als laatste uitloper van de Zuid-Chinese Zee. Voor de kust liggen honderden kleine en grote eilanden, zowel aan de westkust als aan de oostkust. Phuket (Maleisisch: bukit = heuvel) ligt in de Andamanse Zee net voor de kust van de provincie Phang-nha en is door de Sarasinbrug verbonden met het vasteland. Het is met 810 km2 Thailands grootste eiland.

Thailand heeft een gevarieerd landschap met beboste bergen, diepe valleien met snelstromende rivieren, bebouwde akkers met grote waterwegen, dichte regenwouden en gebieden met onvruchtbare, droge grond. Ongeveer de helft van Thailand bestaat uit bergachtig gebied en het land is te verdelen in vier natuurlijke landschappen: Het noorden van Thailand is uitgebreid bebost met een geheel ander soort bostype dan in de rest van Thailand. Deze bossen worden gevormd door vele bladverliezende bomen zoals de teakboom. Het noorden heeft ook veel bergen (bestaat uit de laatste uitlopers van de Himalaya), waar de bergvolkeren hun verblijfplaats vinden. De hoogste berg in Thailand is de Doi Inthanon (2590 mtr.). Hier lopen vele riviertjes door diepe valleien naar een centraal vruchtbaar gebied. In het noordoosten bevindt zich het droge en onherbergzame Khorat-plateau dat gemiddeld 250 meter boven zeeniveau ligt. Delen ervan zijn zo onvruchtbaar en schraal ogend dat ze ook wel de Huilende Vlakte wordt genoemd. Verder zuidelijk komt men aan in het Menam-riviergebied (Chao Phraya rivier). Het zuidelijke punt ligt op het smalle Maleisische schiereiland, bestaande uit een bergketen die begroeid is met tropische regenwouden tussen de Golf en de Andamanse Zee. Opmerkelijk hier zijn de kaarsrecht omhoog rijzende kalksteenrotsen. Verder liggen er nog honderden eilandjes uitgestrooid in het water voor de kust, elk met zijn eigen verhaal en zijn eigen geschiedenis.

Historie:

Naar boven

Ondanks gebrekkig bewijs waren de Mekong-riviervallei en het Khorat-plateau in Noordoost-Thailand en delen van Cambodja en Laos zeer waarschijnlijk al meer dan 10.000 jaar geleden bewoond. Over de oudste geschiedenis van Thailand is verder weinig bekend. Bij Mae Hong Song en bij Kanchanaburi zijn landbouwwerktuigen van rond 3500 v.Chr. aangetroffen. In de buurt van Ban Chiang zijn de meest opvallende archeologische artefacten gevonden; aardewerk dat ca. 5000 jaar oud is. Het is onbekend van welk volk het aardewerk afkomstig is. Het gevonden grondplan van een dorp dat meer dan 5000 jaar oud zou moeten zijn, zou daarmee een van de oudste beschavingen ter wereld zijn geweest.

De oudste bekende bewoners van het huidige Thaise grondgebied zijn de Mon. Men neemt aan dat dit volk vele eeuwen voor Christus uit Centraal-Azië via de grote rivieren afzakte naar het zuiden van Myanmar (vroeger Birma) en daarna Thailand binnentrokken. De Khmer uit Cambodja heersten bijna vier eeuwen over Thailand, met als bekendste koning Jayavarman II (790-850). In 1001 kwam Suryavarman uit Maleisië aan de macht, en in deze tijd werden er veel prachtige gebouwen gebouwd. De Thai kwamen in de dertiende eeuw, maar misschien al veel eerder, vanuit de huidige Chinese provincie Yunnan Thailand binnen. Koning De oude hoofdstad Ayutthaya. Ramatibodi (eigenlijke naam was U Thong) maakte in de eerste helft van de 14e eeuw Ayuthaya tot hoofdstad en benoemde zijn zoon tot gouverneur van het Lopburi-rijk dat grensde aan het koninkrijk Sukhotai. De eerste tweehonderd jaar van het koninkrijk Ayuthaya waren erg belangrijk. In deze periode werd er een samenleving gemaakt die ‘gebukt’ ging onder vrij strakke regels en gewoontes. De Thai vielen ook voortdurend de Khmer aan en in 1393 trokken ze Cambodja binnen onder leiding van koning Ramesuan. Het Cambodjaanse leger werd verslagen en er werd voor eens en altijd met de Khmer afgerekend. In de zestiende eeuw vielen de Birmanen wederom aan en veroverden nu het prinsdom Chiang Mai, waar een Thaise prins als bestuurder werd aangesteld. Ayuthaya werd een Birmaanse provincie en het hele gebied stond vanaf 1569 onder heerschappij van koning Maha Tammarajatiat. Een zoon van hem, prins Naresuan wist de Birmaanse kroonprins te verslaan bij de slag bij Nong Sa Rai, waardoor de macht van Ayuthaya weer hersteld werd. Zijn broer Ekatotsarot werd in 1605 koning en onder zijn bewind mochten de Hollanders zich in Ayuthaya vestigen.

Al in 1511 arriveerden de Portugezen voor de zuidkust van Thailand, bij de havenplaats Pattani. De Portugese onderkoning Albuquerque stuurde in dat jaar vanuit Goa in India een afgezant naar de hoofdstad van Thailand. In 1608 kregen de Hollanders toestemming om zich te vestigen in Pattani, en aldaar een handelspost in te richten. In de eerste helft van de 17e eeuw kwamen er nog meer Europeanen naar Thailand: de Engelsen in 1612, de Denen in 1621 en de Fransen tijdens het bewind van koning Narai (1657-1688). De betrekkingen tussen de Fransen en de Thai waren erg goed te noemen, maar dat veranderde na de dood van Narai in 1688. Ondertussen was Ayuthaya al weer over haar hoogtepunt heen en de hardnekkige Birmanen bleven het koninkrijk aanvallen. De Birmaanse koning Mangra veroverde eerst Chiang Mai en rukte daarna op naar Ayuthaya, waar de hoofdstad in april 1767 in Birmaanse handen viel en totaal verwoest werd. In november 1767 werden de Birmanen echter alweer uit Ayuthaya verjaagd door generaal Taksin. In 1782 werd Taksin vermoord. De nieuwe vorst werd zijn proconsul in Khmer, Phya Chakri, die als Rama I de troon besteeg en deze dynastie heerst nog steeds in Thailand (op dit moment Bhumipol Adulyadey ofwel Rama IX). In 1782 verplaatste Rama I de hoofdstad over de rivier heen naar het eiland Rattanakosin in het huidige Bangkok en beveiligde de stad tegen de nog steeds agressieve Birmanen. Daarna begon hij de grandeur van de Thaise kunst en architectuur te herstellen en ook zijn opvolgers gingen door met de wederopbouw van de Thaise beschaving. De negentiende eeuw zou zeer belangrijk worden voor de ontwikkeling van Thailand. De Europeanen en Amerikanen hadden op dat moment een grote invloed in Azië Koning Bhumipol.en de progressieve koningen Mongkut (Rama IV) en Chulalongkorn (Rama V) beseften dat Thailand mee moest in de vaart der volkeren. Buitenlandse mogendheden mochten handel gaan drijven met Thailand en er werden deskundigen en adviseurs uit Europa en Amerika gehaald om Thailand verder te ontwikkelen. In deze tijd werd de nadruk gelegd op het onderwijs en de infrastructuur maar ook de immigratie van Chinezen, die geleidelijk in handel en ambacht gingen overheersen, nam sterk toe. Chulalongkorn (Rama V, 1868-1910), zou de grootste koning van Thailand ooit worden. Hij wordt ook gezien als de grondlegger van de moderne staat Thailand. In de 42 jaar dat Chulalongkorn regeerde werd er veel bereikt: de slavernij werd in 1905 officieel afgeschaft; in 1897 werd de eerste spoorlijn geopend, de stad Bangkok werd flink uitgebreid en er werden kanalen en irrigatiewerken aangelegd voor de rijstbouw. Thailand was op dat moment groter dan het nu was; het noordelijke deel van Maleisië en een stuk van Cambodja hoorden er ook nog bij.

De moderniseringen werden voortgezet onder Vajiravudh (Rama VI) en Prajadhipok (Rama VII). Tijdens het bestuur van Vajiravudh vond de eerste poging plaats om de absolute monarchie omver te werpen, door het Thaise leger in 1912. Daarna zouden militaire coups het 20-eeuwse politieke strijdtoneel kenmerken. Onder het bewind van Prajadhipok (1925-1935) brak de wereldwijde economische crisis van de jaren dertig uit die ook Thailand trof. De staatsgreep van 1932, gepleegd door een groep democratisch ingestelde studenten met behulp van het leger, gebeurde zonder bloedvergieten en op 10 december 1932 tekende de koning de eerste grondwet en kwam er een einde aan de absolute monarchie die werd vervangen door een constitutionele. Het vorstenhuis kreeg vanaf die tijd alleen nog een ceremoniële rol in staatszaken toebedeeld. In 1935 werd de tienjarige Anada Mahidol, die in Zwitserland woonde, werd benoemd als de nieuwe koning Rama VIII. Ananda keerde pas in 1945 terug naar Thailand, maar werd een jaar later al vermoord. Pas in 1950 werd er weer een nieuwe koning ingehuldigd: Bhumipol of Rama IX, de kleinzoon van de befaamde koning Chulalongkorn. In 1938 was de nationalistische generaal Pibul (Phibun Songkhram) premier van het land geworden en hij bleef met wat intervallen tot na de Tweede Wereldoorlog aan de macht. Hij was het die in 1939 de naam Siam veranderde in Thailand en de Japanners een vrije doortocht gaf tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog steunde Thailand het beleid van Amerika en werden Thaise eenheden naar het slagveld gestuurd. In 1958 werd de grondwet afgeschaft. In de buitenlandse politiek bleef Thailand de Verenigde Staten steunen inzake Vietnam, onder meer door het beschikbaar stellen van luchtmachtbases en door deelname van Thaise troepen aan de operaties in Vietnam. In 1968 kondigde Kittikatsjorn een nieuwe grondwet af, in 1969 werd de parlementaire democratie geïntroduceerd. In november 1971 echter werd de grondwet weer afgeschaft. Als motieven werden opgegeven het terrorisme in verschillende provincies, acties van studenten en boeren en de twijfelachtige loyaliteit van de drie miljoen Chinezen. De communisten werden als schuldigen van de onrust gezien en velen werden gearresteerd. In 1977 werd premier Kraivichien afgezet en opgevolgd door Kriangsak. Onder Kriangsak werden de betrekkingen met vooral China en Cambodja nog sterker aangehaald, maar ook het buitenlandse beleid naar het westen toe werd steeds belangrijker. In 1979 werden er weer vrije verkiezingen gehouden en de nieuwe premier werd Prem Tinsulamond, een opperbevelhebber van het leger. In 1988 volgden weer parlementsverkiezingen waaraan 16 partijen deelnamen en Chatichai Choonchavan als premier opleverde. Deze regering werd echter beschuldigd van corruptie en trok zich ook weinig aan van de militairen. Dit leidde wederom tot een staatsgreep op 23 februari 1991, die echter zonder geweld verliep. In de jaren tachtig waren er grensincidenten met Laotiaanse/Vietnamese troepen. Met Laos werd in 1988 een wapenstilstand overeengekomen, waardoor de betrekkingen aanzienlijk verbeterden. Bij de vervroegde parlementsverkiezingen van juli 1995 werd de Chart Thai Partij (CTP) de grootste, net voor de Democratische Partij van de afgetreden premier Chuan Leekpai. CTP-leider Banharm Silpa-archa vormde een regeringscoalitie, bestaande uit de voormalige oppositie, de PDP en de eind 1994 uit de regering gestapte Partij van de Nieuwe Aspiraties (NAP) van Chavalit Yongchayud. In september 1996 moest Banharm echter al aftreden, nadat gebleken was dat hij zijn verkiezingcampagne had gefinancierd met verduisterd geld, als zoon van Chinese immigranten op onjuiste wijze de Thaise nationaliteit had verworven, over vervalste onderwijspapieren beschikte en zijn afstudeerscriptie op plagiaat was gebaseerd. Banharm schreef nieuwe verkiezingen uit voor november, die werden gewonnen door de NAP van Chavalit, net voor de Democratische Partij en ruim voor de Chart Pattana, de derde partij en bondgenoot van de NAP. Chavalit vormde een coalitieregering van de NAP en de Chart Pattana. In september 1997 werd ten slotte een nieuwe grondwet aangenomen, die een eind probeert te maken aan een lange traditie van politieke omkoopbaarheid. De regering concentreerde zich op financiële hervormingen en het aantrekken van buitenlandse ondernemingen. De wetsvoorstellen om buitenlandse investeerders meer garanties en een grotere flexibiliteit te bieden, leidden eind 1998 tot scherpe politieke tegenstellingen. In 1999 loofde het Internationaal Monetair Fonds de hervormingsdrang van de regering Chuan Leekpai en trok de economie weer aan. In 2001 werden de verkiezingen gewonnen door de Democratische Partij van Thaksin Shinawatra. De nationalistische partij van premier Thaksin, Thai Rak Thai (‘Thai houden van Thai’) had door fusies met andere partijen een grote meerderheid in het parlement. Bij gevechten tussen het Thaise leger en rebellen in het islamitische zuiden werden in april 2004 minstens 74 opstandelingen gedood. De regering beschuldigde de militante moslims van een geweldsgolf die al in januari 2004 begon. Daarbij waren al zestig doden gevallen. Er was vrees voor een terugkeer van islamitisch separatisme in het zuiden van Thailand, dat gesteund zou kunnen worden door internationale netwerken. Premier Thaksin zei echter dat de opstandelingen ‘jongeren uit de zuidelijke provincies’ waren die ‘geen banden hebben met internationale terroristen. Op tweede kerstdag in 2004 werd Thailand getroffen door een Tsumami. Er was een zeebeving voor de westkust van Sumatra geweest, die een kracht van 9,0 op de schaal van Richter had. De beving veroorzaakte een muur van water die over de kust van Thailand en veel andere landen spoelde. Er vielen in Thailand meer dan 5.200 onder hen waren veel buitenlandse toeristen.

Bevolking:

Naar boven

Het boeddhisme is de staatsgodsdienst van Thailand, ruim 90% van de bevolking beleid deze godsdienst. Het boeddhisme ontstond 543 jaar voor Christus en kwam naar Thailand voor de jaartelling begon. De bevolking is ongelijkmatig over het land verdeeld. De noordelijke hooglanden hebben de laagste bevolkingsdichtheid terwijl de centrale laaglanden en het zuidelijke deel van het schiereiland dicht tot zeer dichtbevolkt zijn. De Thaise bevolking bestaat voor ongeveer 90% uit Thai. De grootste minderheidsgroep wordt gevormd door de Chinezen, die zich echter vrij sterk met de Thai vermengden. De Chinezen vormen een belangrijk deel van de 'toplaag' in de Thaise samenleving. Zoals elders in Zuidoost-Azië hebben velen zich gespecialiseerd als handelaren. De Thai trokken sinds de 10de eeuw groepsgewijs vanuit Zuid-China het huidige Thailand Vrouw in traditionele Akha-klederdracht. binnen. In Thailand vermengden de Thai zich met de Khmers, de Mons en andere volkeren, in de 13de eeuw werden ze er de dominante bevolkingsgroep en ontstonden er Thai-rijken.

Zowel economisch als cultureel blijkt het Thaise volk een groot aanpassingsvermogen te hebben, snel te kunnen overschakelen naar nieuwe situaties, en gemakkelijk elementen uit andere culturen te kunnen overnemen. In de noordelijke provincies woont een scala van etnische minderheden. De meeste zijn bergbewoners die sinds de vorige eeuw Thailand vanuit het noorden (voornamelijk uit Birma en Laos) zijn binnengetrokken. Een aantal zijn: Lana, Ahka, Lisu, Karen en Mhong.

De forestpeople maken in totaal nog geen één procent van de totale bevolking uit, alhoewel ze heel belangrijk zijn voor Thailand. In de eerste plaats omdat deze stammen tegenwoordig tot de grootste 'toeristische attracties' van het land behoren. In de tweede plaats omdat de vooroordelen over deze volkeren aanzienlijk zijn. Hoewel de koning zich intensief bezig houdt met het verbeteren van het lot van de bergvolkeren, wordt door vele Thai minachtend over hen gedacht. De Akha-stam wordt zelfs 'i-kars' genoemd, wat vrij vertaald 'onbeschaafde slaaf' betekent. In werkelijkheid vormen de bergvolkeren een kwetsbare groep, die vaak bloot staat aan veediefstallen en doordat ze geen Thaise staatsburgerschap hebben, gemakkelijk van hun grond verdreven kunnen worden. Onder vele bergstammen is een duidelijke verarming te constateren. Tenslotte zijn er nog enkele andere minderheden in Thailand: Ten eerste zijn dat de islamieten in de vier meest zuidelijke provincies. Hun aantal bedraagt ruim één miljoen zielen en cultureel staan ze dichter bij Maleisië, dan bij Thailand. In Thailand wonen bovendien nog enkele honderdduizenden Indiërs en Sikhs, waarvan er zich velen in de textielhandel hebben gespecialiseerd. Ze leven voornamelijk in de steden. Ook wonen er Mons in Thailand. De Mon waren vroeger een aparte staat in het zuiden van Myanmar, maar ook gedeeltes van Thailand waren vroeger Mon.

Cultuur:

Naar boven

Gedurende z'n gehele geschiedenis heeft Thailand altijd al immigranten verwelkomd. Velen waren bekwaam als schrijvers, schilders, beeldhouwers, dansers, muziekanten en architecten en hebben de lokale cultuur helpen verrijken. Toch is de kunst in Thailand hoofdzakelijk geïnspireerd door de godsdienst en wel het Boeddhisme. De boeddhistische tempels zijn er in verschillende stijlen, afhankelijk van de periode waarin ze gebouwd zijn. Ze zijn heel kleurrijk en bovenal prachtig versierd met mooi houtwerk of schitterend ingelegde deuren. De boeddhabeelden zijn er in alle maten, van heel klein tot zeer groot. Ze worden gemaakt in brons, van hout of van cement. Let wel op de houding en de gezichtsuitdrukking van deze beeldjes, ze hebben allemaal een andere betekenis! Al vanaf de twaalfde eeuw hebben de Thailanders aardewerk en porselein speciaal voor de export gemaakt, in de streek rond Sukhothai en in enkele dorpen in de buurt van Chiangmai. Het wordt nu in grote hoeveelheden nagemaakt, maar het is van hoge kwaliteit. Door de diversieteit van de verschillende etnische bevolkingsgroepen kom je heel Thailand verschillende vormen van culturele uitingen tegen alle even uniek en bepalend voor de streek.

De officiële taal is het Thai, die de moedertaal is van ongeveer 90% van de bevolking. Binnen de Thaise taal kunnen er vier dialecten worden onderscheiden: het 'algemeen beschaafd' Thai (ook wel Siamees genoemd), dat in Centraal-Thailand wordt gesproken; het Lao-Thai in het noordoosten; het Kam Muang in het noorden; en dan nog een sterk afwijkend dialect dat op het schiereiland wordt gesproken. Daarnaast hebben de bergvolkeren hun eigen talen. Het Thais is tonaal (5 tonen) namelijk hoog, middel (op gewone hoogte), laag, dalend, rijzend. In tegenstelling tot wat vroeger wel gedacht werd, is de taal waarschijnlijk niet verwant aan het Chinees. De oorsprong van het Thais is nog grotendeels in nevelen gehuld. Het Thaise schrift is volgens Thaise historici in 1283 door koning Ram Kamnhaeng ontworpen, dit wordt echter betwijfeld door historici en taaldeskundigen uit andere landen. Het huidige alfabet telt 45 klinkers en 44 medeklinkers.

Klimaat:

Naar boven

Het grootste deel van Thailand heeft een tropisch moessonklimaat, te verdelen in drie seizoenen met een gemiddelde hoge dagelijkse temperatuur van 25°C.De temperatuur stijgt bijna nooit boven de 35°C en daalt nooit verder dan 16°C. Op de hoogste bergtoppen kan het wel eens vriezen en in de winterperiode kan het behoorlijk koel zijn met temperaturen rond de 10°C. De dag- en nachttemperaturen kunnen in het noorden en midden van het land zeer groot zijn, tot een verschil van 20°C. De gemiddelde jaarlijkse neerslag voor het grootste deel van het land bedraagt 1200-1400 mm. Aanzienlijk vochtiger zijn het zuiden (1400-2400 mm) en de streek ten oosten van Chanthaburi (meer dan 2400 mm). Minder dan 1200 mm per jaar ontvangt het gebied dat in de regenschaduw ligt van het westelijke bergland, alsmede de westelijke provinciesOverstromingen na zware regelval in Chiang Mai van het Khoratplateau. Het hete seizoen valt tussen maart en half juni, met april en mei als heetste maanden van het jaar; het is dan warm en droog met een temperatuur die incidenteel tot 40°C kan oplopen. Een bezoek aan Bangkok in deze periode is niet erg aangenaam door de hoge luchtvochtigheid (nooit minder dan 50% en vaak meer dan 80%!) waardoor het drukkend en broeierig aanvoelt. Volgens het Guiness Book of Records heeft Bangkok de hoogste gemiddelde temperatuur (dag en nacht; zomer en winter) ter wereld.In het zuiden en zuidoosten kan in deze periode nog een flinke regenbui vallen. In de regentijd, die duurt van midden juni tot november, heerst de natte zuidwestmoesson. Er kan dan, vaak in de namiddag of ’s avonds, in een korte tijd zeer veel regen vallen, met in de maand oktober zelfs kans op overstromingen. Moessonperiodes kunnen het ene of het ander jaar sterk van elkaar verschillen. In sommige jaren regent het zeer veel, in andere jaren is het weer veel droger. Vaak liggen er tussen de stortbuien meerdaagse droge perioden. In het noorden valt minder regen en het noordoosten is het droogste gebied van het land. De gemiddelde jaarlijkse neerslag over geheel Thailand bedraagt 1600 mm, waarvan ca. driekwart in de regentijd valt. In de droogste gebieden is de gemiddelde jaarlijkse neerslag van 1000 mm nog altijd veel hoger dan in Nederland. De meeste regen wordt van juni tot oktober aangevoerd vanuit de Indische Oceaan, waardoor de hoogste neerslag wordt gemeten op de bergachtige westkust van het schiereiland (Ranong: 5000 mm) en het zuidoosten (Chanthaburi: 4000 mm). De winter in Thailand duurt van november tot maart en deze periode waait de vrij droge noordoostmoesson. Het is dan droog en aangenaam weer (niet zo benauwd) en de gemiddelde temperatuur schommelt dan tussen de 25 en 30°C, met uitschieters naar beneden in het noorden en noordoosten. Deze periode is toeristisch gezien dan ook het hoogseizoen. Het zuidelijk schiereiland van Thailand heeft een eigen klimaat met neerslaghoeveelheden die vrij regelmatig over het jaar zijn verdeeld, maar in totaal valt er meer neerslag dan in de rest van het land; de meeste regen valt in oktober en november. Op het eiland Phuket regent het voornamelijk in mei-juni en op het eiland Ko Samui in oktober en november, vaak gepaard gaand met hevige stormen.

Natuur:

Naar boven

De verscheidenheid aan planten is groot in Thailand door de langgerekte vorm van het land en de hoogteverschillen, en sluit in het noorden grotendeels aan bij die van India en Birma en in het zuiden bij die van Maleisië en Indonesië. Men schat dat zes procent van de bekende soorten vaatplanten op aarde in Thailand te vinden zijn. Er zijn ca. 15.000 inheemse vaatplanten, waaronder meer dan 500 boomsoorten en meer dan 1000 soorten orchideeën. De orchidee wordt dan ook beschouwd als een nationaal symbool. Tropische planten, waaronder hibiscus, acacia, lotus, rode jasmijn en bougainvillea, zijn in overvloed aanwezig. In de koelere noordelijke streken bloeien azalea’s en rododendrons. Oorspronkelijk was het land grotendeels met wouden bedekt (nu nog ca. een kwart van het land, zo’n 130.000 km2), van mangrovebossen aan de kust tot naaldhoutbossen (Pinus) op de bergtoppen. Bladverliezend moessonbos met eiken overheerst in het noorden; hier komen ook veel teakbossen voor. Gemengd regenbos komt voor in het zuiden en op berghellingen in het noorden. Delen van Zuid-Thailand zijn bedekt met eeuwig groen tropisch regenwoud. Hier groeit onder andere ijzerhout, rotan, rozenhout en palmen. De teak is veruit de bekendste boom van Thailand, maar er zijn ook nog andere inheemse boomsoorten: onder meer de yang, de teng-rang, de daeng en de tabaek. Aan de kust en de monding van de delta’s gedijen mangrovebossen. Mangrovebossen zijn vloedbossen in de tropen, waarbij de wortels van de bomen in het slik van de zeekust staan. Bij eb komt het wortelstelsel bloot en bij vloed staat het onder water. Deze bossen komen in Thailand nog voor bij Chantaburi, Koh Chang, Phuket, Krabi, Trang en Songkla. In dertig jaar tijd is het areaal mangrovebossen verminderd van 3680 km2 tot 1650 km2 vanwege het feit dat het uitstekend brandhout oplevert. Tussen de wortels bevinden zich de broedplaatsen van vele vissen. Veel van de oorspronkelijke vegetatie heeft plaats gemaakt voor cultures, savannes (vooral in het laagland van de centrale vlakte) en secundaire vegetaties waaronder veel bamboebos. De belangrijkste cultuurgewassen zijn rubberbomen, tabak, suikerriet en katoen. Sinds 1989 is er om het tij te keren een verbod op houtkap afgekondigd door de Thaise regering.

De zeer gevarieerde dierenwereld van Thailand behoort in het noorden tot de Indo-Chinese zone en in het zuiden tot de Soenda-zone, waarvan ook Maleisië en grote delen van Indonesië deel uitmaken. Tussen deze twee zones loopt een uitgestrekt overgangsgebied. Men schat dat 10% van de soorten vissen, 10% van de vogels, 5% van de reptielen en 3% van de amfibieën in Thailand te vinden zijn. Er zijn ca. 300 soorten zoogdieren, waaronder bantengs, gaurs, blaf- en dwerghertjes, sambarherten, geitantilopen, Maleise tapirs, panters, tijgers (nog maar een handvol langs de grens met Myanmar), Maleise beren, Birmese zonnedas, Tibetaanse zwarte beren, vliegende maki's en talrijke apen (waaronder kuifgibbons). De Javaanse neushoorn is waarschijnlijk geheel uitgeroeid, evenals de kouprey, een wild rund; misschien komt de Sumatraanse neushoorn nog wel in Thailand voor. De Aziatische olifant is een belangrijk symbool voor Thailand en was vroeger onmisbaar bij de teakhoutproductie. Een volwassen olifant is ongeveer 3 meter hoog, kan tot 4000 kilo wegen en wel 100 jaar oud worden. Er leven in de bossen naar schatting nog ongeveer 1500 olifanten. Befaamd is de ‘siamees’ (Thailand heette vroeger Siam), een kattensoort die over de hele wereld verspreid is geraakt.

Ook de vogelwereld is zeer rijk en telt ca. 1000 soorten, o.a. de argusfazant en in het zuiden veel watervogels. Thailands laatste natuurlijke laaglandregenwoud is ’s werelds enige habitat van de loopvogelsoort Gurney’s pitta. Nimmerzatten De neushoornvogel. trekken naar de Thaise moerassen om zich voort te planten, moeraspurperkoeten komen veel voor en de gekuifde bospatrijzen leven in het zuiden, in de laaglandbossen langs de kust. De nationale vogel van Thailand is de Siamese vuurrugfazant. Noord-Thailand ligt op de Oost-Aziatische trekroute, een belangrijke route voor trekvogels. Alleen al rond de heuvels van Chiang Mai komen 380 vogelsoort voor. In Thailand komt ongeveer 10% van alle vogelsoorten van de wereld voor. Noord-Thailand is de habitat van onder meer de zwartkruinkwak, roodlelplevier, zilverfazant, waterfazant, roodborstparkiet, havikarend, purperreiger, fazantspoorkoekoek, langstaartbreedbek, Goulds honingvogel, Aziatische paradijsvliegenvanger, roodkeellijster, bruine uil, zwarthalsspreeuw, witkuif-timaliagaai en grote vlaggendrongo. In het watervogelpark Thale Noi in het diepe zuiden van Thailand zijn het moerashoen, de jassana, de fluittaling, de witkeelijsvogel, de langpotige nok i-kong en de zeldzamere witte ibis en blauwe reiger te zien. De neushoornvogel behoort tot de spectaculairste vogels van Thailand. De dubbelneushoornvogel is met zijn fel gele en zwarte veren het opvallendst.

Thailand huisvest veel reptielen, o.a. 76 soorten slangen, waarvan zes giftige. Gevaarlijk zijn de cobra, de Maleise adder, de krait en de groene adder; zeer gevaarlijk en bovendien erg agressief zijn de koningscobra en de Russels pit viper. Hagedissen (‘chingchongs’) en gekko’s of ‘tukae’ komen in groten getale voor. De rivierschildpad en de Indische krokodil behoren tot de bedreigde dieren. Thailand kent verder honderden soorten vlinders, waaronder de imposante atlasvlinder, de grootste vlindersoort ter wereld.

In de mondingen van de rivieren en de kustwateren komen dolfijnen voor, waaronder de zeldzame Irrawady-dolfijn. Verder wordt er gevist op de blauwe marlijn, de zeilvis, de barracuda en verschillende soorten haaien. In de Mekong-rivier komt de met uitsterven bedreigde reuzenmeerval of ‘pla buek’ nog voor, de grootste zoetwatervis ter wereld. Er zijn al exemplaren van twee meter gevangen die rond de 300 kilogram wogen. De mooiste koraalriffen van Thailand liggen in de Andamanse Zee. Ze bestaan uit ontelbare zeediertjes en groeien erg langzaam: één meter in 1000 jaar. Duizenden planten en dieren leven rond deze koraal riffen, waaronder grondels, clownstrekkervissen, murenen, luipaardhaaien, reuzenmantas, snappers en grote heremietkreeften. De onderwaterfauna rond Phi Phi (Eiland van de Geesten) is schitterend met bijzondere haaiensoorten, zoals de gladde haai, de zwartvinrifhaai en de zwartpunthaai. Mangrovebosen liggen in het zuiden van Thailand, vooral in de Phang-nga-baai. In dit ecosysteeem paaien, broeden, eten kreeftachtigen, vissen, vogels, slangen en zelfs zoogdieren; bovendien is het een uitstekende schuilplaats. Hier leven onder meer slijkspringers, dwergotters, wenkkrabben, makaken, de zwart-gele waterslang Boiga dendrophia en zeldzame zeekrokodillen. De doejong (zeekoe) dreigde uit te sterven in de Thaise wateren. Nu neemt hun aantal weer langzaam toe. Het gebied rond de Andamanse eilanden van Trang is een van de weinige plaatsen waar ze kunnen worden gezien. Ze eten zeegras dat groeit bij Ko Libong en de Trang-monding. Ze bereiken een lengte van drie meter en een gewicht van ca. 400 kilo.

De Lawa-grot in het Nationaal Park Sai Yok is een van de 21 grotten in de provincie Kanchana Buri waar de kitti-vleermuis of Craseonycteris thonglongyai leeft. Het is het kleinste zoogdier ter wereld, niet groter dan een vlinder en met een gewicht van slechts twee gram. Er zijn nog maar zo’n 2000 exemplaren over en behoort daarmee tot een van de meeste bedreigde diersoorten ter wereld. Het diertje werd pas in 1973 ontdekt door een Thaise bioloog. In het Khao Sam Roi Yot National park komt de zeldzame liangpha voor, een Aziatische berggeit.
De Similaneilanden zijn echte eilanden voor natuurliefhebbers. Er zijn in de wateren rond de eilanden walvishaaien, mantaroggen, tuimelaars en grote diepzeevissen te zien. Op de eilanden nestelen meer dan 30 vogelsoorten zoals het witborstige waterhoentje en de Brahminy-havik en verder zijn er trekvogels zoals de zilverreiger, pijlstaartsnip, grijze kwikstaart en Dougals stern. Verder kleine zoogdieren als stekelvarken, gewone palmcivet en vliegende maki. Ook veel reptielen en amfibieën zijn er in soorten en maten, waaronder giftige ringkraits, pythons, witlippige en gewone groefkopadders, leder- en karetschildpadden en Bengaalse en gewone watervaranen.

Het land is betrekkelijk dun bevolkt, waarbij bovendien de grootste concentratie mensen zich aan de kust bevindt. Toch hebben kaalslag van het bos, dierenhandel en weinig gereguleerde jacht veel schade aangericht. Tegenwoordig wordt meer aandacht besteed aan de natuurbescherming, die onder de dienst van het bosbeheer ressorteert; sinds 1961 bestaat in een aantal nationale parken hier en daar adequate bescherming. Thailand heeft nu ongeveer 80 nationale parken, inclusief 19 zeereservaten. Ca. 15% van het landareaal is beschermd gebied. Het eerste park was Khao Yai in Centraal-Thailand met een oppervlakte van meer dan 2000 km2. Het grootste natuurpark is Kaeng Krachan ten zuidoosten van Bangkok.

Naar boven

Wil je op de hoogte worden gebracht wanneer ik een nieuw reisverslag publiceer klik dan hier.