Vietnam Informatie
Geografie Historie Bevolking Cultuur Klimaat Natuur
Wereldbol Index Vietnam en Cambodja
Wereldbol Informatie Cambodja
Wereldbol Kaart Vietnam en Cambodja
Wereldbol Reisverslag Vietnam
Wereldbol Reisverslag Cambodja
Wereldbol Fotoalbum Vietnam
Wereldbol Fotoalbum Cambodja
Wereldbol Links

Vietnam is mooi land met uitgestrekte groene rijstvelden, mooie schilderachtige landschappen, prachtige tempels, eindeloze stranden en een vriendelijke en gastvrije bevolking. Het heeft levendige steden met alom aanwezige verkeer en je kunt er overal heerlijk eten. De hier door mij gegeven informatie moet je zien als algemene informatie over Vietnam. Deze kun je gebruiken als achtergrond informatie mocht je Vietnam (ooit) gaan bezoeken.

Geografie:

Vietnam (officieel: Vięt Nam Công Hňa Xa Hôi Chu' Nghiă = Socialistische Republiek Vietnam) is een volksrepubliek met bijna 87 miljoen inwoners (2009) in Zuidoost-Azië. De totale oppervlakte is ruim 330.000 km2 en Vietnam is daarmee bijna acht keer zo groot als Nederland. In het noorden grenst Vietnam (Vietnamees = Việt Nam wat in het vietnamees "Land van het Zuiden" betekend) aan China (1281 km), in het noordwesten door Laos (2130 km) en in het zuidwesten door Cambodja (950 km). De maximale afstand van noord naar zuid is 1650 kilometer. De ongeveer 3260 km lange kustlijn grenst in het noorden aan de Golf van Tonkin, met daarin gelegen het Chinese eiland Hainan, en in het zuiden aan de Zuid-Chinese Zee. In het uiterste zuidwesten ligt aan de Golf van Thailand. De hoofdstad is het noordelijke Hanoi (Hŕ Nội) en de grootste stad is het zuidelijke Ho Chi Minhstad (Thŕnh Phố Hồ Chí Minh), het vroegere Saigon.

Vietnam wordt hoofdzakelijke gedomineerd door bergen en heuvels (rond de 75%) en de twee grote rivierdelta’s. In de noordelijke delta (van de Rode Rivier) ligt de hoofdstad Hanoi en in de zuidelijke delta (van de Mekong) ligt Ho Chi Minhstad, het commerciële centrum van het land. De Rode rivier heeft haar naam te danken aan de rode sedimenten die ze met zich meevoert. Deze rivier is meer dan 1200 kilometer lang en ontspringt in de Chinese provincie Yunnan en stroomt naar de Golf van Tonkin in het zuidoosten. Vietnam kun je landschappelijk gezien in drie delen op te splitsen:

  • In het noorden en noordwesten wordt het landschap overheerst door de bergen van het Hoang Lien-gebergte, een voortzetting van de bergen van de Chinese provincies Yunnan en Guangxi. De bergen bereiken een hoogte van meer dan 2440 meter en er zijn opmerkelijke plateaus die bekend staan als de Centrale Hooglanden. Hier vind je ook de hoogste berg van Vietnam: de Phan-si-pan (3143 m), niet ver van de grens met China en in het noordwesten met Laos. Dit gebied was vroeger vrijwel volledig bebost, maar nu door eeuwenlange houtkap en platbranden voor de landbouw helemaal kaal.
  • Midden-Vietnam heeft een smalle kuststrook die overgaat in de Cordillera van Annam of Truong Son, die over een afstand van meer dan 1200 kilometer de grens met Laos en Cambodja vormt en wordt doorsnede door de Rode Rivier en een aantal kleinere rivieren. Deze rivieren monden uit in de Golf van Tonkin. In dit gebied worden allerlei gewassen gekweekt, zoals rubber, koffie en thee, hoewel het gebied dunbevolkt is. Hier liggen een aantal bergen die tussen de 1000 en 2000 meter hoog zijn. De kuststrook bestaat hier uit stranden, lagunen en duinen.
  • Zuid-Vietnam is heuvelachtig met als kern de Mekongdelta met een oppervlakte van 40.000 km2. De gigantische Mekong (Cuu Long Giang = Rivier van de Negen Draken) stroomt via een aantal landen uiteindelijk 222 kilometer door Vietnam en mondt dan uit in de Zuid-Chinese Zee. De Cambodjanen blijven dit gebied hardnekkig Khmer Krom noemen, omdat dit deel van Vietnam ooit tot het Khmerrijk behoorde. Door het vruchtbare slib dat hier voortdurend wordt afgezet, is de Mekongdelta een uiterst vruchtbaar gebied dat gekenmerkt wordt door eindeloze rijstvelden. Door de voortdurende aanslibbing wordt hier het grondgebied van Vietnam jaarlijks met enkele tientallen meters uitgebreid.

Tot het grondgebied van Vietnam behoort een keten van duizenden eilandjes en bovendien claimt de regering nog een aantal andere eilanden, waaronder de Paraceleilanden (400 kilometer ten oosten van Da Nang) en de Spratleyeilanden (500 kilometer van de zuidoostkust). Het grootste eiland van Vietnam, Phu Quoc, ligt in de Golf van Thailand, net buiten de territoriale wateren van Cambodja, op 45 kilometer afstand van Ha Tien. Phu Quoc is maximaal 45 kilometer lang en 30 kilometer breed en heeft een oppervlakte van ca. 1300 km2. Phu Quoc behoort tot de uit 16 eilanden bestaande archipel Dao Phu Quoc.

Het land is rijk aan delfstoffen: steenkool, fosfaten, mangaan, bauxiet en chroom. Verder liggen er voor de zuidelijke kust voorraden olie en gas. Vietnam heeft geen voorzieningen om deze olie te verwerken. Het land exporteert dus ruwe olie om vervolgens de olie in bewerkte vorm (petroleum, benzine etc.) weer te importeren. Voor de energievoorziening is Vietnam niet afhankelijk van olie. Slechts 13% van de elektriciteitscentrales werkt op fossiele brandstoffen (meestal steenkool), de overige zijn waterkrachtcentrales.

Historie:

Naar boven

De Vietnamezen stammen af van migranten uit Centraal-Azië en van eilanden in de Stille Oceaan. Net als de meeste andere volken waren het eerst jagers en verzamelaars, die pas na eeuwen overstapten op de landbouw. De Vietnamese geschiedenis begint voor onze jaartelling. Het eerste historisch bekende rijk was dat van Au Lac, dat al snel opgevolgd werd door het rijk Nam Viet, wat ‘Land in het zuiden’ betekend. 111 jaar v.Chr. werd Nam Viet veroverd door legers van de Chinese Han-dynastie. Het woord Viet is hierin een verwijzing naar het volk dat leefde op verschillende plekken in het hedendaags China en Vietnam. Vietnam was de grootste tijd van zijn bestaan een vazalstaat of provincie van het keizerlijk China maar was in sommige periodes volledig onafhankelijk. De Chinezen zouden eeuwenlang hun stempel drukken op het sociale, culturele en politieke leven van Vietnam wat onder andere zijn invloed had op de taal, de cultuur, de regeringsstructuur en de structuur van het keizerschap. Hoewel er regelmatig verzet tegen de Chinezen was, leverde het allemaal maar weinig op. De meeste opstanden werden bloedig onderdrukt en de greep van de Chinezen op Vietnam, die hun meest zuidelijke provincie Annam noemden, werd steeds steviger. Toch wisten ook andere volken in de loop der eeuwen een voet aan de grond te krijgen in Vietnam. Indiase handelaren stichtten Funan in de Mekong-delta, dat zich tussen de derde en de vijfde eeuw ontwikkelde tot een machtige stadstaat. Op hetzelfde moment ontwikkelde zich aan de oostkust van Midden-Vietnam een ander Indiaas rijk: Champa.

In de 10e eeuw werd Vietnam voor het eerst een soevereine staat. De regerende Chinese Tang-dynastie stortte in elkaar en in 939 werd er een eigen keizer gekozen, die het land Dai Co Viet noemt, ‘Groot Viet’. Thang Long werd de eerste hoofdstad, later zou dit Hanoi worden. Ook het rijk van de Cham (Champa) werd ingelijfd. Tussen de vierde en de dertiende eeuw was de tempelstad My Son het religieuze en culturele centrum van de hindoeďstische Cham, een hoog ontwikkeld volk, maar ook berucht om hun piraterij. Tussen de zesde en de tiende eeuw controleerden ze de kruidenhandel in Zuidoost-Azie en dreven handel met alle grootmachten in Oost- en Zuidoost-Azie. De Cham stonden vaak in conflict met de Vietnamezen in het noorden en de Khmer in het westen, en uiteindelijk viel hierdoor het Champa-rijk in twee stukken uiteen. Hierdoor werden de twee rijkjes zo zwak dat ze gemakkelijk door de Vietnamezen veroverd konden worden. In 1471, na een langzame expansie naar het zuiden van het hedendaags Vietnam, veroverde een leger van de Le-dynastie de belangrijkste gebieden van het koninkrijk Champa rond het huidige Da Nang. Hierdoor werd Champa gereduceerd tot enkele gebieden rond Nha Trang en uiteindelijk in 1822 volledig door Vietnam geannexeerd.
In de dertiende eeuw werd Vietnam vanuit China aangevallen door de Mongolen. Het lukte de Mongolen echter niet om het land te veroveren, maar het gevolg was wel dat het de Chinezen lukte om weer terug te komen. De Chinezen op hun beurt werden weer verdreven door Le Loi, een plaatselijk heerser, die daarna als koning Le Thai To, de Le-dynastie stichtte. In de zestiende eeuw verzwakte deze dynastie zodanig dat twee rivaliserende clans de macht overnamen: de Trinh in het noorden en de Nguyen in het centrum van het land. De Le bleven nog wel op het pluche zitten maar dat was alleen voor de vorm. De rivaliteit tussen de twee clans was dermate groot dat het land eigenlijk weer in twee stukken uiteenviel en de Nguyen de Mekong-delta veroverden. Deze rivaliteit bleef ook de hele achttiende eeuw nog voortduren Portugese handelaren, als eerste Europeanen, bereikten het land in 1535 en de Portugees Antonio de Faria stichtte een handelspost bij Faifo (tegenwoordig Hoi An). Tegen het einde van de 17e eeuw worden Engelse en Franse de belangrijkste handelaren maar de Portugezen bleven in hun oude nederzetting bij Faifo. Ook de onvermijdelijke missionarissen volgden in hun spoor en boekten vooral succes bij de arme plattelandsbevolking. Ondanks vaak felle tegenstand van de heersende klasse slaagde ze erin tienduizenden Vietnamezen om uiteenlopende redenen te bekeren. De Vietnamese keizers zagen dit met argusogen aan en bij tijd en wijle werden de christenen vervolgd, dan weer getolereerd. Vooral de Franse missionarissen hadden grote invloed op het dagelijkse leven in Vietnam, en speelden ook een belangrijke rol in de felle economische concurrentiestrijd met de Engelsen. Rond 1770 kregen de Fransen een stevige voet aan de grond op het hele Indo-Chinese schiereiland. De tweede helft van de achttiende eeuw stond in het teken van vele opstanden, allen gericht tegen het bewind van de Trinh- en Nguyen-clans. Uiteindelijk had de Tay Son-opstand van 1771 succes en de Trinh- en Nguyen-heersers werden van hun troon gestoten. De Le-dynastie mocht van de opstandelingen blijven zitten, maar zij vertrouwden de zaak niet en riepen in 1788 de hulp van de Chinezen in, die met een groot leger al snel Hanoi bezetten. Als reactie hierop riep een van de Tay Son-broers, Nguyn Hué, zichzelf tot keizer uit en versloeg vervolgens de Chinezen. Hij noemde zichzelf Quang Trung.
In 1802 werd de troon door Gia Long overgenomen. Hij was een van de weinige Nguyens die de opstand overleefd had en hij sloot een overeenkomst met de Fransen: in ruil voor grondgebied en handelsconcessies kreeg Gia Long militaire steun van de Fransen. Voor het eerst in de geschiedenis werd het land Vietnam genoemd, met een centraal gezag in de centraal gelegen hoofdstad Hué. Fia Long schafte hierna alle hervormingen af en Vietnam viel weer terug naar een feodaal systeem met een sterke overheid, veel bureaucratie en een arme en onderdrukte boerenbevolking. Het zou echter niet lang duren voordat Vietnam weer door de Fransen bezet zou worden. Gia Long en zijn opvolgers hielden zich niet aan de beloofde handelsconcessies en missionarissen en bekeerde Vietnamezen werden vervolgd. Verder waren de Fransen zeer bezorgd dat de Britten na India en Singapore ook China zouden innemen. In 1858 veroverde een leger van Napoleon III zonder veel problemen Saigon, de Mekong-delta en een aantal zuidelijke provincies. Het veroverde gebied werd door de Fransen Cochin-China genoemd en ook Annam (Midden-Vietnam) en Tonkin (Noord-Vietnam) werden door de Fransen bezet zonder dat de regerende keizer Tu Doc er veel aan kon doen. Tu Doc bleef wel officieel het staatshoofd van Vietnam. In 1887 werden de bezette Vietnamese gebieden samen met de protectoraten Cambodja en Laos samengevoegd tot de Unie van (Frans) Indo-China, met als gouverneur de latere president van Frankrijk, Paul Doumer. De Fransen stopten veel geld in de infrastructuur van de kolonie, maar Vietnam werd door een wereldwijde economische crisis getroffen. Boeren moesten onder verschrikkelijke omstandigheden werken op plantages en de gestudeerde elite kwamen alleen maar in aanmerking voor rotbaantjes en dat zou de kiem voor verzet worden. Vooralsnog slaagden antikoloniale bewegingen er echter niet in om een vuist te maken tegen de Franse bezetter. Dat veranderde aanzienlijk toen de radicale Vietnamese Nationalistische Partij of ‘Kwomintang’ in actie kwam.

Een eerste opstand werd nog neergeslagen en de leiders gevangen gezet of geëxecuteerd. In 1925 richtte de marxistisch-leninistische boerenzoon Ho Chi Minh de Revolutionaire Jeugdliga op en vier jaar later was deze beweging uitgegroeid tot een Indo-Chinese Communistische Partij; belangrijkste doel was onafhankelijkheid. Dit werd langzamerhand voorbereid door kaderleden van de partij die op het platteland en in de steden partijkernen oprichtten. In de jaren dertig vonden er weer verschillende opstanden plaats. De Franse reageerden genadeloos: vele Vietnamezen stierven een gewelddadige dood, waaronder veel leiders van de opstand. Ho Chi Minh werd in 1931 in Hongkong gearresteerd. De volgende vijf jaar werden ca. 10.000 Vietnamese communisten gevangen gezet. Door binnenlandse omstandigheden in Frankrijk werden er weer duizenden politieke gevangenen vrijgelaten, en het resultaat van dat alles was dus dat Indo-China gewoon een Franse kolonie bleef.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog behoorde het gebied tot Vichy-Frankrijk. Omdat het koloniale regime in Vietnam totaal van het moederland was afgesneden, collaboreerde de Franse Vichy-regering met de Japanners, en stond ze de Japanners toe Vietnam in 1941 te bezetten. Al snel bleek dat de Japanners qua uitbuiting en minachting voor Vietnam en de Vietnamezen, niet onderdeden voor de Fransen. In enkele jaren tijd werd Vietnam leeggeplunderd en alleen al in 1945 stierven ca. 2 miljoen Vietnamezen van de honger. Ho Chi Minh keerde in 1941, samen met Vo Nguyen Giap en Pham Van Dong, vanuit China terug naar Vietnam. Hij vormde samen met hen de nationalistische Liga voor de Onafhankelijkheid, dat later bekend zou worden onder de naam Vietminh. Vietminh-strijders startten een guerrilla-oorlog tegen de Japanners en kregen daarbij hulp van de Chinezen, maar ook van de geallieerden. De geallieerden waren echter onderling verdeeld over de vraag wat er met Indochina moest gebeuren. Generaal de Gaulle gaf al in januari 1944, op de Conferentie van Vrije Fransen te Brazzaville aan dat dit geen optie was: zelfs autonomie moest "tot in de verre toekomst worden uitgesloten". De Amerikaanse president Roosevelt daarentegen vond, dat de koloniale situatie beëindigd moest worden, hoewel hij niet voor onafhankelijkheid was. In plaats van daarvan stelde hij een 'trustpact' voor tussen Indochina en een derde land. Roosevelt raakte echter in conflict met Churchill over Brits-Indië, en wilde niet in een dergelijk conflict raken met de Gaulle. Toen het einde van zijn leven naderde, stelde hij de kwestie uit, zonder instructies voor zijn opvolger Truman achter te laten. Als laatste stuiptrekking riepen de Japanners in maart 1945 een onafhankelijke staat uit, met Bao Dai, de laatste Nguyen-keizer, als marionet. Het hele Franse leger werd zelfs nog gevangen genomen, maar na de atoombom op het Japanse Nagasaki was de rol van de Japanners in Vietnam uitgespeeld.
Als gevolg van het ontstane machtsvacuüm riep Ho Chi Minh, op 15 augustus op tot een nationale opstand. Een paar weken later had de Vietminh het grootste deel van het land in haar macht en Bao Dai gaf de troon over aan Ho Chi Minh, die op 2 september 1945 in Hanoi de Democratische Republiek Vietnam uitriep. Hiermee werd Vietnam eigenlijk verdeeld in twee staten: Noord- en Zuid-Vietnam. Toen de communisten in China in 1949 aan de macht kwamen veranderde de zaak aanzienlijk. Ho Chi Minh kreeg direct militaire steun van zowel China als de Sovjet-Unie, en dat was het teken voor de Amerikanen om zich ermee te gaan bemoeien en de Fransen te steunen. De Vietminh kreeg echter de overhand en viel in 1951 zelfs Hanoi aan. De Amerikanen dreigden wederom met atoomwapens, maar Frankrijk probeerde een overeenkomst met de Vietnamezen te sluiten. Dit zou op de Conferentie van Genčve zijn beslag hebben moeten krijgen, maar voor het zover was viel de strategische buitenpost van de Fransen, Dien Bien Phu. Hierdoor werden de Fransen gedwongen zich voorafgaand aan de Conferentie over te geven aan de Vietminh.

De Conferentie van Genčve (juli 1954) ging echter gewoon door en werd de verdeling in Noord- en Zuid-Vietnam geformaliseerd op 21 juli 1954 in de akkoorden van Genčve. Dit alles in het geheel niet tot tevredenheid van Ho Chi Minh en de Vietminh. China was gebaat bij een verdeeld Vietnam aan haar zuidgrens en haar delegatieleider Chou En-Lai drong aan op een gedeeld Vietnam langs de zeventiende breedtegraad en in afwachting van vrije verkiezingen werd er een gedemilitariseerde bufferzone vastgesteld. Er werd verder een onmiddellijk staakt-het-vuren afgekondigd en alle troepen zouden zich moeten terugtrekken naar de hun toegewezen gebieden. China, de Sovjet-Unie, Engeland, Frankrijk en de Vietminh stemden in met het verdrag, de Verenigde Staten en de regering van Bao Dai uiteraard niet. Volgens president Eisenhower zouden vrije verkiezingen zeker leiden tot een grote overwinning voor de communist Ho Chi Minh, en dat was in de tijd van de Koude Oorlog ondenkbaar. Nog tijdens de conferentie installeerden de Amerikanen in Saigon het regime van de katholieke anti-communist Ngo Dinh Diem.

Er kwam nu een volksverhuizing op gang: meer dan een miljoen vluchtelingen trok van het noorden naar het zuiden en ca. 100.000 anti-Franse guerrilla’s trokken naar het noorden, ca. 10.000 Vietminh-strijders achterlatend in het zuiden. Bao Dai had zich ondertussen zelf tot president benoemd, maar dat sprookje duurt niet lang. Diem zette hem aan de kant en benoemde zichzelf tot president. Hij voerde een waar schrikbewind uit ten opzichte van politiek andersdenkenden, en tot 1960 werden er tienduizenden mensen zonder veel vorm van proces in de gevangenis gegooid en in pogroms werden er nog eens ca. 50.000 vermoord.

In het noorden was de situatie niet veel beter. De infrastructuur was grotendeels vernield en door de tweedeling ontving het noorden geen rijst meer uit het zuiden. Verder werden zogenaamde ‘grondbezitters’ als imperialisten zwaar gestraft. Pas toen er een opstand uitbrak in nota bene de provincie van Ho Chi Minh, gaf Ho toe dat er het een en ander was misgegaan en werden veel gevangenen vrijgelaten. De uitroeiingsacties van Diem in het zuiden hadden er ook voor gezorgd dat er van de Vietminh-guerrilla niet veel meer over was en daarvan profiteerde het noorden. Vanaf 1960 werden er vanuit het noorden veel manschappen en materiaal naar het zuiden gedirigeerd en daar werd ook het Nationale Bevrijdingsfront opgericht, het NLF, bestaande uit een coalitie van communistische, niet-communistische, katholieke en boeddhistische nationalisten. Diem noemde deze guerrillastrijders Viet Cong of VC, Vietnamese Communists. Vanaf deze tijd gingen de Amerikanen zich zeer actief bezighouden met de strijd in Vietnam, na al vanaf 1950 de regering van Diem en de Fransen financieel gesteund te hebben. Door het oprukken van de Vietcong waren de Amerikanen bang dat het laatste bastion van de vrije wereld in handen zou vallen van de communisten.

In de zomer van 1962 waren er dan ook al meer dan tienduizend Amerikaanse adviseurs in Zuid-Vietnam aanwezig. De Zuid-Vietnamese bevolking begon langzamerhand het vertrouwen is het corrupte regime van Diem te verliezen. Vooral het ‘strategische dorpenprogramma’ stuitte op veel verzet en na de beschieting van een aantal boeddhistische monniken volgden er vele demonstraties met als inzet vrijheid van godsdienst. En toen beelden van de zelfverbranding van de monnik Thich Quang Duc in Saigon de hele wereld overgingen, grepen de Amerikanen eindelijk in. Onder goedkeuring van de Amerikanen werd er een coup georganiseerd en Diem werd op 1 november 1963 doodgeschoten. Drie weken later werd de Amerikaanse president John F. Kennedy vermoord en opgevolgd door vice-president Lyndon B. Johnson. Johnson zag zich met tegenzin genoodzaakt om de steun aan Zuid-Vietnam op te voeren. De regeringen die na Diem aan de macht kwamen waren namelijk net zo corrupt en inefficiënt en ondertussen kreeg de Vietcong steeds meer aanhang op het platteland.

Na een nep-incident met een Amerikaans oorlogsschip in de Golf van Tonkin besloot Johnson om Amerikaanse troepen in Vietnam te stationeren, waarna het conflict in alle hevigheid losbrak. Noordelijke militaire bases werden gebombardeerd op een manier die zijn weerga in de geschiedenis nog niet gekend had. Veel hielp het echter niet, steeds meer Vietcong-soldaten infiltreerden in het zuiden. In maart 1965 arriveerden de eerste Amerikaanse grondtroepen in Vietnam en twee jaar later waren er al meer dan een half miljoen Amerikaanse soldaten in Zuid-Vietnam. Begin 1968 werd de Amerikaanse legerbasis Khe Sanh door een grote Noord-Vietnamese troepenmacht belegerd. Dat bleek een afleidingsmanoeuvre te zijn, want tijdens het nieuwjaarsbestand vielen de Vietcong massaal meer dan honderd stadscentra in het zuiden aan. De Vietcong werden echter overal teruggeslagen en toen was er in feite al geen gestructureerd leger meer over. Toch dachten de Amerikanen in de straat dat deze oorlog nooit gewonnen zou kunnen worden en ook Johnson en zijn regering raakten daarvan overtuigd. Hij weigerde dan ook om nóg meer troepen naar Vietnam te sturen, ondanks het aandringen van de militaire leiding in Vietnam. Op 31 maart 1968 kondigde hij aan de bombardementen te stoppen en een maand later begonnen de vredesonderhandelingen in Parijs, die echter meer dan vijf jaar zouden duren. In 1969 beloofde Richard M. Nixon, de opvolger van Johnson, de oorlog te beëindigen, maar dit moest zonder gezichtsverlies gebeuren. Tegelijkertijd werden echter de ARVN-troepen van generaal Diem versterkt met als doel om in de Vietcongtroepen in Zuid-Vietnam te infiltreren en deze te ondermijnen. Hierbij werden duizenden Vietcong gemarteld en gedood. Bovendien werd de oorlog uitgebreid naar Cambodja en Laos omdat daar veel voorraaddepots van de Vietcong lagen. In maart 1969 werden deze doelen in het geheim voortdurend gebombardeerd. In de Verenigde Staten ondertussen vielen de massale anti-oorlogsdemonstraties op. Nixon trok zich hier echter niet veel van aan en bombardeerde Hanoi in het noorden. In Parijs sleepten zich de onderhandelingen tussen de Amerikaan Henri Kissinger en de Noord-Vietnamees Le Duc Tho voort.

Enkele dagen na de herverkiezing van Nixon tekenden de Verenigde Staten, Zuid-Vietnam en de Vietcong het Akkoord van Parijs. Er werd een staakt-het-vuren overeengekomen en wederzijdse krijgsgevangenen werden vrijgelaten. Er werd een Raad voor Nationale Verzoening waarin zowel de regering in Saigon als de communisten zitting hadden. Door het akkoord konden de Amerikanen inderdaad zonder gezichtsverlies hun troepen terugtrekken. De troepen van de Vietcong waren echter nog steeds in het zuiden aanwezig en dat zou onvermijdelijk weer tot een confrontatie met de zuidelijke troepen tot gevolg hebben, die bovendien met Amerikaanse steun uitgebreid en gemoderniseerd werden. Dit zou echter niet helpen want tegen het einde van 1974 was bijna geheel Zuid-Vietnam onder de voet gelopen door de Vietcong. Op 21 april 1975 viel de laatste verdedigingslinie voor Saigon en vluchtte de in 1967 aangetreden president Thieu naar Taiwan.

Na een lange oorlog tegen eerst de Fransen en later de Amerikaanse troepen, die gestuurd waren om Zuid-Vietnam bij te staan, werd Vietnam op 2 juli 1976 officieel herenigd als de Socialistische Republiek Vietnam. De Vietnamese regering begon meteen met een politiek van zuiveringen, waarbij "collaborateurs", ex-overheidsfunctionarissen en katholieken het moesten ontgelden en honderdduizenden Zuid-Vietnamezen werden zonder vorm van proces naar heropvoedingskampen gestuurd. Economisch werd Zuid-Vietnam op een lijn gebracht met Noord-Vietnam. Zo werd bijvoorbeeld alle particuliere grondbezit geconfisqueerd en zowel industrie als handel komen in handen van de staat. Dat de productiviteit in één klap geweldig daalde zal niet vreemd zijn. Vanaf december 1978 vluchtten Vietnamezen, waaronder veel etnisch Chinezen of Ho's, in bootjes naar andere landen (bootvluchtelingen). Reeds in 1974 en 1975 waren vele Zuid-Vietnamezen al gevlucht. Zo kwam ook een grote groep Vietnamezen naar Europa. Door de boycot en de chaos in het land heerste er eind jaren '70 en begin jaren '80 grote armoede. De regering van de Verenigde Staten weigerde echter de nieuwe staat te erkennen en stelde samen met andere Westerse landen een boycot in. Tot 1993 kon Vietnam zelfs geen geld lenen van de Wereldbank. Vietnam kreeg alleen steun van de Sovjet-Unie. Al in januari van 1977 echter begonnen de Verenigde Staten via afgezant Richard Holbrooke gesprekken met de Vietnamese regering om het land te erkennen. In juni van 1978 werd Vietnam lid van de Comecon en in november van dat jaar sloot Vietnam een vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie, wat door China als een bedreiging werd gezien.

Op 25 december 1978 viel Vietnam Cambodja binnen. In dat land was op dat moment de Rode Khmer van dictator Pol Pot aan de macht, dat verscheidene malen Vietnam had aangevallen om het oude Khmergebied Kampuchea Krom te heroveren waar ook nu nog steeds veel etnische Khmer leven. Vietnam bezette in 1979 geheel Cambodja en stelde een regering aan om dat land te besturen. Dit zou Vietnam op lange termijn veel schade berokkenen omdat het land hierdoor betrokken raakte in een langdurige guerrillaoorlog. Vietnam moest nu bovendien een miljarden verslindend groot leger op de been houden. De Vietnamese vriendschap met de USSR en de bezetting van Cambodja waren zowel de Verenigde Staten als China een doorn in het oog. De VS waren bang voor een Sovjet-dominantie over Zuidoost-Azië en China voelde zich bedreigd en tekortgedaan waardoor het in februari van 1979, volgens sommige bronnen met Amerikaanse goedkeuring, Vietnam binnen viel. Dit zou echter maar van zeer korte duur zijn. De aanvallen dreven de Vietnamezen een stukje landinwaards maar er volgde geen doorbraak en toen de Vietnamezen snel versterkingen aanrukten sloot China versneld vrede. Zowel China als Vietnam claimen nog steeds deze oorlog te hebben gewonnen.

Pas na de dood van de aartsconservatieve Le Duan in 1986 ging het beter met de economie. De hervormer Nguyen Van Linh werd als secretaris-generaal benoemd en begon met ingrijpende economische hervormingen, ‘Doi Moi’ genaamd. Kenmerken hiervan waren een terugkeer naar een vrije markteconomie, privatisering en er werd geprobeerd om buitenlands kapitaal aan te trekken. Michail Gorbatsjov besloot in 1989 om de steun aan Vietnam drastisch te verminderen. Mede hierdoor besloot Vietnam in september van dat jaar om zich volledig uit Cambodja terug te trekken. In 1991 besloot de Sovjet-Unie om alle steun aan Vietnam te stoppen en vanaf dat moment goederen alleen te verhandelen tegen op de wereldmarkt geldende prijzen. In februari van datzelfde jaar besloten de Verenigde Staten en Vietnam om een "tijdelijk" kantoor in Hanoi te openen om gezamenlijk te zoeken naar vermiste Amerikanen in het land. In 1992 stond de Amerikaanse regering het Amerikaanse bedrijven voor het eerst sinds de Vietnamoorlog toe om kantoren te openen voor het doen van onderzoek naar mogelijkheden voor handel met Vietnam. Dit besluit werd mede genomen omdat vanuit verscheidene Europese landen al handel werd gedreven met Vietnam.

In 1993 werd de hervormer Vo Van Kiet tot minister-president gekozen een reden voor de Amerikanen om in 1994 het handelsembargo op te heffen. In 1995 werden de diplomatieke betrekkingen weer aangehaald en in 2000 sloot president Clinton een economisch akkoord met Hanoi en in datzelfde jaar bracht hij als eerste Amerikaanse president sinds 1975 een officieel bezoek aan Vietnam. In 2001 werd Tran Duc Luong tot president gekozen en premier werd toen Phan Van Khai. In de zomer van 2002 herkoos het Vietnamese parlement premier Phan Van Khai en president Tran Duc Luong herkozen voor een periode van vijf jaar en werd de samenstelling van de regering in beperkte mate gewijzigd. In de aanloop naar het volgende Partij Congres, in het tweede kwartaal van 2006, is de strijd tussen conservatieven en meer hervormingsgezinden achter de schermen weer aangewakkerd. Hoewel de communistische grondslag van de Vietnamese politieke niet ter discussie staat, is het verminderde gezag van de Communistisch Partij bij de bevolking doorgedrongen. Het 10e Nationale Partijcongres in april 2006 is een belangrijk politiek evenement geweest. Het congres heeft een verandering van stijl te zien gegeven: meer openheid naar de bevolking, die in de aanloop naar het congres voor het eerst commentaar kon leveren op het conceptpolitieke rapport dat daartoe in de pers was gepubliceerd, en meer democratie binnen de partij. Tijdens dit vijfjarige congres, dat traditioneel ook de personele machtsverhoudingen opnieuw ordent, is besloten dit jaar de president en de premier te vervangen. Ook is een aantal bewindslieden, waaronder de minister van BZ, niet herkozen in het Centraal Comité, wat inhield dat zij bij het wisselen van de regering niet op hun post zou terugkeren. Inmiddels is Nguyen Minh Triet benoemd tot president en Nguyen Tan Dung tot premier. Als nieuwe voorzitter van de Nationale Assemblee is Nguyen Phu Trong benoemd. Eind juni 2006 is voorts een aantal nieuwe ministers benoemd. In juni 2006 bezoekt president Nguyen Minh Triet de Verenigde Staten voor het eerst sinds de Vietnam oorlog. In juli 2007 wordt premier Nguyen Tan Dung herbenoemd, hij belooft te gaan werken aan economische hervormingen. In januari 2008 wordt Vietnam benoemd tot lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In november 2008 zegt Vietnam dat het naar een gedwongen weeskind politiek wil gaan om de overbevolking tegen te gaan. In december 2008 lossen China en Vietnam een grensgeschil op, dat al tienduizenden doden heeft gekost.

Bevolking:

Naar boven

Vietnam telt ca. 85 miljoen inwoners, waarmee het tot de top vijftien van meest bevolkte landen ter wereld behoort. De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedraagt ongeveer 250 inwoners per km2 waarvan de kustvlakten, de Mekongdelta en de Rode Rivierdelta (meer dan 1000 inwoners per km2) de grootste bevolkingsdichtheid hebben. De heuvel- en berggebieden zijn dunbevolkt waardoor bijna tweederde deel van het totale landoppervlak wordt bewoond door slechts 10 procent van de bevolking. De jaarlijkse bevolkingsaanwas tussen 1998 en 2002 bedroeg 1,4% (2004: 1,3%). Vietnam heeft een zeer jonge bevolking. De gemiddelde leeftijd voor alle Vietnamezen was in 2004 24,9 jaar (Nederland: 38,7 jaar). De mannen worden gemiddeld 67,9 jaar, de vrouwen 73 jaar.
De 85 miljoen inwoners van Vietnam zijn een mengeling van veel etnische groepen. Van de 54 etnische groepen is die van de etnische Vietnamezen (Viet of Kinh = bewoners van de vlakte) veruit de grootste en vormt ca. 87% van de bevolking. De meeste Viet wonen in de delta’s van de Rode Rivier en de Mekong en in de centrale kustvlakte. Deze groep stamt af van vele rassen en etnische groeperingen die vanaf het begin van onze jaartelling zijn samengesmolten. De Viet bestaan onder meer uit Thaise, Maleise, maar vooral Chinese groeperingen. Vanuit het noorden van Vietnam trokken ze in de loop der eeuwen naar het zuiden. De cultuur van de Viet is altijd sterk beďnvloed door de Chinezen waarvan een grote minderheid in Vietnam leeft. Ze leven hoofdzakelijk in de stedelijke centra en in het bijzonder in het gebied genaamd Cho lon (Grote Markt) van Ho Chi Minhstad.Enkele duizenden Chinezen hebben de Chinese nationaliteit behouden; de rest heeft de Vietnamese nationaliteit aangenomen en worden Hoa genoemd.

Er zijn ongeveer 50 minderheidsgroepen in het land, waarvan het grootste gedeelte in de hooglanden, waaronder de Muong, Tai, Hmong, Dao, Sedong, Jarai, Bahnar, Rhade, Cham en een groot aantal kleinere groepen. De bewoners van de heuvels en bergen van Midden- en Noord-Vietnam, door de etnische Vietnamezen ‘moi’ of wilden genoemd, vormen samen de grootste minderheid van het land. Deze zogenaamde ‘Montagnards’ zijn nauw verwant aan etnische groepen in Thailand en Zuid-China. De halfnomadische heuvelbewoners hebben over het algemeen een lage levensstandaard en leven vooral van de zwerflandbouw (‘slash and burn’), maar ook van de jacht en de visvangst. De situatie van de Vietnamese bergvolken is intussen wel iets verbeterd. Ze mogen tegenwoordig weer hun traditionele kleding dragen en de eigen taal spreken. Mensen uit de minderheden studeren tegenwoordig ook wel eens op universiteiten en ze mogen ook in het parlement.
De Montagnards zijn onder te verdelen in drie taalgroepen:

  • Austro-Aziatische taalgroep: Hiertoe behoren o.a de Muong (ca. 1 miljoen), de Tay of Tho en de Nung (samen ca. 2,1 miljoen), de Thai (ca. 1,1 miljoen), de Hmong of Meo (ca. 600.000) en de Dao of Mien (ca. 500.000)
  • Sino-Tibetaanse taalgroep: Tot deze taalgroep behoren de La Hu, de Phu La, de Lolo, de Cong, de Si La en de Ha Nhi.
  • Austronesische of Maleis-Polynesische taalgroep: Hiertoe behoren onder andere de Jarai (of Gia Rai), de Sedang de Bahnar en de Rha De. Samen tellen deze vier stammen ca. 750.000 zielen.

De Cham en de Cambodjanen (Khmer Krom) vormen aparte groeperingen. Het woongebied van de Cham (ca. 100.000) is de kuststrook van Phan Thiet tot Nha Trang in Zuid-Vietnam en delen van de Mekongdelta; de Khmer ( ca. 800.000) bevolken de Mekongdelta.
Veel Vietnamezen leven in het buitenland, men schat ca. twee miljoen. De grote meerderheid vertrok in de periode 1975-1984 als (boot)vluchteling naar vooral de Verenigde Staten en naar Frankrijk. Kleinere aantallen gingen naar Duitsland, Canada en ook Nederland. In 1987 kwam er een tweede golf van bootvluchtelingen, voornamelijk bestaande uit Noord-Vietnamezen.
Een hele aparte groep (letterlijk en figuurlijk) zijnde nog ca. 5000 zogenaamde ‘Amerasians’. Dit zijn nakomelingen van vertrokken Amerikaanse soldaten en dus kinderen van gemengd ras. Ze worden ‘vuil van de straat’ genoemd en leven vaak in zeer moeilijke omstandigheden, nadat ze verstoten zijn door hun moeders. Met name kinderen van Afro-Amerikaanse vaders hebben het moeilijk. In 1987 werd door het Amerikaanse Congres de ‘Amerasian Homecoming Act’ aangenomen. Deze wet maakte de komst naar de Verenigde Staten mogelijk van alle Vietnamezen die kunnen aantonen een Amerikaanse vader te hebben. Tienduizenden Vietnamezen hebben van de regeling gebruikt gemaakt, samen met ca. 60.000 familieleden.

Cultuur:

Naar boven

Zoals al gezegd heeft Vietnam bijna 87 miljoen inwoners. De meeste mensen wonen in de noordelijke en zuidelijke delta en langs de kust. Samen is dat ongeveer eenderde van het land, waar 90% van de bevolking woont. De overige 10% woont in de berggebieden in het westen en het noorden. Ongeveer een kwart van de bevolking woont in stedelijke gebied. Omdat de bevolking sterk groeit is de verwachting dat Vietnam in 2020 meer dan 100 miljoen inwoners hebben. Dit zal naar verwachting grote problemen geven want Vietnam heeft de ruimte niet om deze mensen te huisvesten en te voeden.
Er zijn van oudsher grote (cultuur)verschillen tussen het noorden en zuiden van het land. Het zuiden is meer gericht op Thailand en Cambodja terwijl het noorden meer Chinese invloeden kent. Toch is de Vietnamese cultuur het sterkst beďnvloed door de Chinese. Niet verwonderlijk, want de Vietnamezen zijn oorspronkelijk afkomstig uit China en het land was lange tijd een Chinese provincie.

Vanwege de lange vereniging van Vietnam met China, blijft de Vietnamese cultuur sterk confuciaans met de nadruk op familieplicht en harmonie. Het onderwijs wordt hoog gewaardeerd. Historisch was een goede opleiding het enige middel voor ambitieuze Vietnamezen om sociaal vooruit te komen. In de moderne tijd, proberen Vietnamezen om de traditionele cultuur met de Westers ideeën van individuele vrijheid, wantrouwen van gezag en de consumentencultuur in overeenstemming te brengen. De meerderheid van Vietnamezen is boeddhist met een sterke nadruk op voorouderverering. Er wordt wel gezegd dat de tweede godsdienst van de Vietnamezen bijgelovigheid en fatalisme is als gevolg van de vele decennia van koloniale onderdrukking en oorlog. Er leeft een kleine minderheid katholieken.

In Vietnam wordt Vietnamees gesproken maar ook in de taal zitten duidelijke verschillen tussen het noorden en het zuiden, niet alleen in de uitspraak, maar ook in de gebruikte woorden. In zijn vroege geschiedenis gebruikte Vietnam het Chinees schrift. In de 16e eeuw ontwikkelden de Vietnamezen hun eigen reeks karakters. Tot dat de Franse Jezuďet Alexandre de Rhodes in de 17e eeuw het Westerse alfabet introduceerde werd nog steeds dit op een Chinees gelijkend schrift gebruikt. Ook tegenwoordig treft men, met name bij religieuze gelegenheden, nog steeds Chinese tekens aan. Het huidige schrift is evenwel gebaseerd op Latijnse letters en wordt "Quoc ngu" genoemd. Het Vietnamees is een toontaal, net als het Chinees. In het Vietnamees zijn er 6 tonen. Hierdoor kan elke lettergreep of elk woord op 6 manieren worden uitgesproken. Ook deze tonen worden door extra tekens aangegeven.

De muziek van Vietnam heeft drie verschillende thema's, overeenkomstig met de drie gebieden van Vietnam: Bắc of het noorden, Trung of Centraal, en Nam of zuiden. De noordelijke klassieke muziek is de oudste van Vietnam en is traditioneel. Deze muziekstroming stamt uit de tijd van de Mongoolse invasies, toen de Vietnamezen een Chinese opera hoogtij vierden. De centrale klassieke muziek vertoont invloeden van de Champacultuur dankzij zijn melancholische melodieën. De zuidelijke muziek heeft een levendig karakter.

Ook de Vietnamese keuken is sterk beďnvloed door de Chinese en is gebaseerd op rijst, sojasaus en vissaus (nước mắm). Zijn kenmerkend aroma is zoet (suiker), kruidig (serranopeper), en op smaak gebracht door een verscheidenheid aan munt. In het noorden van het land zijn de maaltijden over het algemeen eenvoudiger, omdat het noorden traditioneel armer is dan het zuiden. Het meest authentieke Vietnamese eten vind je in het centrale deel. De gerechten zijn daar uitbundig, kleurrijk en vaak ook flink gepeperd. Er wordt overvloedig gebruik gemaakt van sojasaus, vissaus en hoisin-saus. Franse invloeden zijn terug te vinden in een gerecht als Bánh Xčo, een soort pannenkoekje gevuld met vlees, garnalen en taugé. Stokbroden zijn ook een overblijfsel uit de Franse tijd. Vietnamese koffie is heel sterk. Het wordt gezet door een metalen filter met koffie en kokend water op een kopje te zetten. De Vietnamezen drinken het steevast met dikke gecondenseerde melk. Die is op zich al zoet, maar toch voegen ze soms nog extra suiker toe.

Klimaat:

Naar boven

Door zijn langgestrekte vorm en de aanwezige hoogteverschillen kun je in Vietnam niet spreken van één klimaat maar zijn er diverse klimaatzones. Over het algemeen heeft Vietnam een tropisch klimaat dat warm en vochtig is. Reken op 30 ş C als gemiddelde temperatuur, maar de verschillen zijn tussen de diverse streken groot. Als in de bergen de regentijd is aangebroken is het aan de kust over het algemeen nog zonnig en droog. En als het in de winter in het noordelijke berggebied vrij koud is is het in het zuiden lekker warm. In Vietnam valt gemiddeld tussen de 1100 en 2600 millimeter neerslag. In het noorden schijnt de zon gemiddeld 1167 uur per jaar, in Midden-Vietnam 2224 uur per jaar en in het zuiden weer veel minder, 1621 uur per jaar.

We kunnen Vietnam in drie regio's opdelen en wel het Noorden, Midden en Zuiden ieder met z'n eigen weerbeeld.

  • 1. Het noorden: In de noordelijke kustregio van Midden-Vietnam is het weer over het algemeen het slechtst, met van augustus tot in januari zeer veel regen. Dit gedeelte van het kustgebied heeft dan ook het meest te lijden van verwoestende wervelstormen of taifoens. De droogste maanden zijn juni en juli. In de winter kan het in Hanoi behoorlijk koel zijn en in de bergen kan het zelfs licht vriezen.
  • 2. Het midden: Het hoogland rond Da Lat heeft een grillig klimaat met regen het gehele jaar door. Dit wordt veroorzaakt door uitlopers van zowel de zuidwest- als de noordoostmoesson. De relatief droge tijd valt tussen september en maart. Verder naar het noorden valt veel meer regen, maar daar vallen de buien vooral tussen mei en oktober. Ook dit gebied en de kuststrook hebben vaak te kampen met tyfoons die veel schade en overstromingen kunnen veroorzaken.
  • 3. Het zuiden: Het zuiden heeft een tropisch moessonklimaat met een regentijd (met een zuidwestmoesson) van mei tot november en een droge tijd van december tot april. In het berggebied ten noordoosten van Ho Chi Minhstad is van de zuidwestmoesson weinig meer te merken. Hier valt vooral in oktober en november veel regen door de noordoostmoesson. Toch is de kustplaats Nha Trang een van de droogste plaatsen van Vietnam. In Ho Chi Minhstad komt de temperatuur vrijwel nooit onder de 25 graden Celsius.

Natuur:

Naar boven

Door de grote verschillen in temperaturen en regenval en de enorme hoogteverschillen heeft Vietnam een grote verscheidenheid aan flora en fauna. De natuur van Vietnam heeft in het recente verleden ernstig geleden door de opkomst van de landbouw en de vele oorlogen. Zo zijn hele stukken bos aan de grens met Cambodja en Laos compleet vernietigd. Ook de wisselende seizoenen zijn niet altijd even voordelig voor de natuur. Soms laat de regen wat lang op zich wachten of wordt het ineens vroeger koud dan normaal. In de hoger gelegen gebieden domineert het tropisch regenwoud met een ongelooflijk aantal van circa 7000 verschillende plantensoorten. Het regenwoud bedekt tegenwoordig nog ongeveer 40% het landoppervlak van Vietnam. In de drogere delen van Vietnam vind je loofverliezende tropische moessonwouden en savannen en aan de kust mangrovebossen. Veel van de moerassen van de Mekongdelta en die langs de noordkust zijn voor een groot deel ontgonnen ten behoeve van de rijstbouw. Orchideeën, palmen en bamboe zijn hier de meest voorkomende plantensoorten. Bijna de helft van de 12.000 plantensoorten in Vietnam is nog niet geďdentificeerd en geclassificeerd. In de hoge bergen in het noordwesten liggen diepe dennenbossen. Onlangs zijn er in de provincie Thua Thien Hue vijf nieuwe soorten orchideeën ontdekt waarvan er drie geen bladeren hebben.
Ook wat betreft de dierenwereld zorgen de grote landschappelijke verschillen voor een grote variëteit aan (zoog)dier. Enkele vertegenwoordigers van de ongeveer 275 voorkomende soorten zoogdieren zijn de tijger, luipaard, Indische olifant, herten, neushoorns en een aantal apen, zoals de langoer of hoelman, makaak, resusaap en de Gibbon waaronder de Eastern Black-crested Gibbon misschien wel de meest bedreigde primaat ter wereld. In bijna elk bos zie je apen, herten en krokodillen. Verschillende diersoorten hebben een beperkt verspreidingsgebied binnen Vietnam en zijn hierdoor al snel bedreigde diersoorten. Voorbeelden hiervan zijn de tijger, luipaard, zwarte beer, serow (een berggeit), douc langoer en de Indische olifant. Men vermoedt dat de kouprey, een zeer zeldzame wilde buffelsoort, vrijwel is uitgeroeid en bepaalde slankapen worden steeds zeldzamer. De Javaanse en Sumatraanse neushoorn zijn beide vermoedelijk al uitgeroeid. Ook op vogelgebied kent Vietnam een grote diversiteit en telt bijna 800 vogelsoorten, waaronder ooievaars, reigers, fazanten (o.a. de Edwards’ fazant, waarvan men aannam dat ze in Vietnam waren uitgestorven, neushoornvogels en pauwen. Verder herbergt Vietnam ruim 180 soorten reptielen waaronder veel slangensoorten waaronder o.a. de pythons, cobra’s en de zeer giftige krait. Verder komen er nog ongeveer 100 soorten amfibieën in Vietnam voor. De rivieren worden bewoond door meer dan 250 soorten zoetwatervissen. Aan de oevers leven watervogels, buffels, krokodillen en otters. In de Zuid-Chinese Zee zwemmen 1000 verschillende vissoorten en nog een hoop verschillende krabben, waterschildpadden en zeeslangen.
Ondanks het feit dat de natuur, ook in Vietnam, sterk onder druk staat in verband met vervuiling, houtkap en het terugdringen van de verschillende leefgebieden door de zich steeds verder uitbreidende bevolking is Vietnam een van de weinige landen ter wereld waar nog regelmatig onbekende soorten worden ontdekt. In het regenwoud van Vu Quang (langs de grens met Laos, ten noordwesten van Vinh) werd ca. tien jaar geleden een op een oryx lijkend dier gevangen, de ‘sao la’. Sindsdien zijn er nog meer zoogdiersoorten ontdekt, waaronder een reuzenmuntjak. In 2007 werd bekend dat wetenschappers een grote groep zeer zeldzame grijsscheendoeken (Pygathrix cinerea, een apensoort) hadden ontdekt. De groep bestaat uit 116 dieren, maar met vermoedt dat de groep uit ca. 180 apen bestaat. In hetzelfde jaar kondigde het Wereld Natuur Fonds nog aan dat er een nieuwe slangensoort en twee soorten vlinders te hebben ontdekt. Ook in Vietnam is men bewust van het feit dat de aanwezige natuur steeds schaarser wordt en daarom zijn er tien nationale parken aangewezen en komen er steeds meer natuurreservaten bij. Zo is het Yok Don National Park in het vernielde zuidwesten nu het grootste natuurreservaat van het land. Het park heeft een zeer gevarieerd landschap met wilde watervallen en meer dan 67 diersoorten.

Wil je op de hoogte worden gebracht wanneer ik een nieuw reisverslag publiceer klik dan hier.